Quizje

Breinbrekers met oplossing

56 hersenkrakers om je tanden in te zetten: van logische puzzels en getallenreeksen tot vreemde situaties met een verrassende verklaring. Bij elke breinbreker staat de oplossing, met uitleg.

Breinbreker van de dag

Je moet een vos, een kip en een zak graan naar de overkant van een rivier brengen. In de boot past naast jou maar één ding. Laat je de vos alleen met de kip, dan eet hij de kip op. Laat je de kip alleen met het graan, dan eet zij het graan op. Hoe krijg je alles heelhuids aan de overkant?

Logische puzzels

Klassieke denkpuzzels waarbij je stap voor stap moet redeneren. Pak er gerust pen en papier bij.

  1. Je moet een vos, een kip en een zak graan naar de overkant van een rivier brengen. In de boot past naast jou maar één ding. Laat je de vos alleen met de kip, dan eet hij de kip op. Laat je de kip alleen met het graan, dan eet zij het graan op. Hoe krijg je alles heelhuids aan de overkant?

    Toon oplossing

    Breng eerst de kip naar de overkant. Vaar terug en neem de vos mee. Neem de kip weer mee terug, zet haar neer en breng het graan naar de vos. Vaar ten slotte terug en haal de kip.

  2. Je hebt een emmer van 3 liter en een emmer van 5 liter, en genoeg water. Hoe meet je precies 4 liter af?

    Toon oplossing

    Vul de emmer van 5 liter en giet daaruit de emmer van 3 liter vol: er blijft 2 liter over. Leeg de emmer van 3 liter en giet de 2 liter erin. Vul de emmer van 5 liter opnieuw en giet de emmer van 3 liter vol (daar past nog 1 liter bij). In de grote emmer zit nu precies 4 liter.

  3. In een kamer hangen drie lampen. Buiten de kamer zitten drie schakelaars. Je mag maar één keer de kamer in. Hoe weet je welke schakelaar bij welke lamp hoort?

    Toon oplossing

    Zet schakelaar 1 een paar minuten aan en daarna weer uit. Zet schakelaar 2 aan en ga naar binnen. De lamp die brandt hoort bij schakelaar 2. De lamp die uit is maar warm aanvoelt, hoort bij schakelaar 1. De koude lamp hoort bij schakelaar 3.

  4. Twee vaders en twee zonen gaan vissen. Ieder vangt precies één vis, maar samen nemen ze maar drie vissen mee naar huis. Hoe kan dat?

    Toon oplossing

    Het zijn maar drie mensen: een opa, zijn zoon en zijn kleinzoon. De zoon is tegelijk vader en zoon.

  5. Je hebt twee touwen die elk in precies een uur opbranden, maar niet gelijkmatig: het ene stuk brandt sneller dan het andere. Hoe meet je precies 45 minuten af?

    Toon oplossing

    Steek het eerste touw aan beide uiteinden aan en het tweede touw aan één kant. Het eerste touw is na 30 minuten op. Steek op dat moment ook het andere uiteinde van het tweede touw aan: de rest daarvan brandt nu in 15 minuten op. Samen is dat 45 minuten.

  6. Je hebt acht knikkers die er hetzelfde uitzien. Eén knikker is iets zwaarder. Met een weegschaal met twee schalen mag je maar twee keer wegen. Hoe vind je de zware knikker?

    Toon oplossing

    Leg drie knikkers tegen drie knikkers. Is het in evenwicht, dan zit de zware bij de twee overgebleven knikkers: weeg die tegen elkaar. Is het niet in evenwicht, neem dan de drie knikkers van de zware kant en weeg er één tegen één. In evenwicht? Dan is de derde de zware; anders zie je hem meteen.

  7. Je staat voor twee deuren. Eén deur leidt naar de vrijheid, de andere niet. Bij de deuren staan twee bewakers: de ene liegt altijd, de andere spreekt altijd de waarheid, maar je weet niet wie wie is. Je mag één bewaker één vraag stellen. Wat vraag je?

    Toon oplossing

    Vraag aan een van de twee: "Welke deur zou de andere bewaker aanwijzen als de deur naar de vrijheid?" Allebei wijzen ze dan de verkeerde deur aan. Kies dus de andere deur.

  8. Een man kijkt naar een portret en zegt: "Broers en zussen heb ik niet, maar de vader van deze man is de zoon van mijn vader." Wie staat er op het portret?

    Toon oplossing

    Zijn zoon. "De zoon van mijn vader" is de man zelf (hij heeft geen broers), dus de man op het portret is zijn zoon.

  9. Een geheim getal ligt tussen 20 en 30 en is deelbaar door zowel 3 als 4. Welk getal is het?

    Toon oplossing

    24.

    Een getal dat deelbaar is door 3 en 4 moet deelbaar zijn door 12. Alleen 24 ligt tussen 20 en 30.

  10. Mila, Noor en Sam hebben een kat, hond en konijn. Noor heeft de hond. Sam heeft niet de kat. Welk dier heeft Mila?

    Toon oplossing

    De kat.

    Noor heeft de hond. Sam kan dan alleen het konijn hebben, waardoor de kat voor Mila overblijft.

  11. Eva, Bo en Cem zitten op één rij. Eva zit links van Bo en Cem zit rechts van Bo. Wat is de volgorde van links naar rechts?

    Toon oplossing

    Eva, Bo, Cem.

    Bo zit tussen de andere twee: Eva links van Bo en Cem rechts van Bo.

  12. Vlaggetjes herhalen steeds het patroon rood, blauw, blauw. Welke kleur heeft het achtste vlaggetje?

    Toon oplossing

    Blauw.

    Het patroon heeft drie plaatsen. Plaats 8 is de tweede plaats van een nieuw patroon en die is blauw.

  13. In één van drie dozen A, B en C ligt een prijs. A zegt: 'De prijs ligt in B.' B zegt: 'De prijs ligt niet in B.' C zegt: 'De prijs ligt niet in A.' Precies één uitspraak is waar. Waar ligt de prijs?

    Toon oplossing

    In doos A.

    Bij doos A is alleen de uitspraak van B waar. Bij doos B of C zouden twee uitspraken waar zijn.

  14. Een code heeft drie verschillende cijfers. Het middelste cijfer is 2, het eerste is dubbel zo groot als het laatste en de cijfersom is 11. Wat is de code?

    Toon oplossing

    623.

    Noem het laatste cijfer x. Dan geldt 2x + 2 + x = 11, dus x = 3 en het eerste cijfer is 6.

  15. Vier boeken zijn blauw, rood, groen en geel. Blauw staat vooraan, geel achteraan en groen staat direct rechts van rood. Wat is de volgorde?

    Toon oplossing

    Blauw, rood, groen, geel.

    Blauw en geel bezetten de uiteinden. Alleen de middelste plaatsen blijven over voor het paar rood-groen.

  16. Een afspraak is op maandag, dinsdag of woensdag. Hij is niet op maandag en de dag erna is donderdag. Op welke dag is de afspraak?

    Toon oplossing

    Woensdag.

    De dag vóór donderdag is woensdag. Dat voldoet ook aan de aanwijzing dat het geen maandag is.

  17. Een slotcode gebruikt de cijfers 1, 2, 3 en 4 elk één keer. De 1 staat voor de 2, de 4 staat direct na de 1 en de 3 staat als laatste. Wat is de code?

    Toon oplossing

    1423.

    De 1 en 4 vormen samen 14. Omdat 3 achteraan staat en 1 vóór 2 moet staan, blijft alleen 1423 over.

  18. In een wei lopen 10 dieren: alleen kippen en konijnen. Samen hebben ze 28 poten. Hoeveel konijnen zijn er?

    Toon oplossing

    4 konijnen.

    Tien kippen zouden 20 poten hebben. De 8 extra poten betekenen vier konijnen, omdat elk konijn twee poten meer heeft dan een kip.

  19. Aan een afvaltoernooi doen 8 spelers mee. Na elke wedstrijd valt één speler af. Hoeveel wedstrijden zijn nodig voor één winnaar?

    Toon oplossing

    7 wedstrijden.

    Er moeten zeven spelers afvallen om één winnaar over te houden. Elke wedstrijd laat precies één speler afvallen.

  20. Negen munten lijken gelijk, maar één is zwaarder. Hoe vind je die met precies twee wegingen op een balans?

    Toon oplossing

    Verdeel ze in drie groepen van drie en weeg daarna twee munten.

    Weeg eerst 3 tegen 3 om het verdachte drietal te vinden. Weeg daarna 1 tegen 1 uit dat drietal.

Getallenreeksen en letterreeksen

Welk getal of welke letter komt er op de plek van het vraagteken? Zoek het patroon.

  1. 2, 4, 8, 16, ?

    Toon oplossing

    32

    Elk getal is het vorige keer twee.

  2. 1, 1, 2, 3, 5, 8, ?

    Toon oplossing

    13

    Elk getal is de som van de twee getallen ervoor (de reeks van Fibonacci).

  3. 3, 6, 11, 18, 27, ?

    Toon oplossing

    38

    Er komt steeds 3, 5, 7, 9 en dan 11 bij.

  4. 1, 4, 9, 16, 25, ?

    Toon oplossing

    36

    Dit zijn de kwadraten: 1×1, 2×2, 3×3, enzovoort. Daarna komt 6×6.

  5. 2, 3, 5, 7, 11, 13, ?

    Toon oplossing

    17

    Dit zijn de priemgetallen: getallen die alleen deelbaar zijn door 1 en door zichzelf.

  6. 100, 95, 85, 70, 50, ?

    Toon oplossing

    25

    Er gaat steeds 5, 10, 15, 20 en dan 25 af.

  7. 1, 2, 6, 24, 120, ?

    Toon oplossing

    720

    Keer 2, keer 3, keer 4, keer 5 en dan keer 6.

  8. E, T, D, V, V, Z, Z, ?

    Toon oplossing

    A

    De eerste letters van één, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven… en dan acht.

  9. M, D, W, D, V, Z, ?

    Toon oplossing

    Z

    De eerste letters van de dagen van de week: maandag tot en met zaterdag, en dan zondag.

  10. J, F, M, A, M, J, J, ?

    Toon oplossing

    A

    De eerste letters van de maanden: januari tot en met juli, en dan augustus.

  11. Welk getal komt hierna: 4, 7, 10, 13, ...?

    Toon oplossing

    16.

    Bij iedere stap komt er 3 bij. Na 13 volgt daarom 16.

  12. Welk getal komt hierna: 2, 4, 8, 16, ...?

    Toon oplossing

    32.

    Elk getal is twee keer het vorige. Dus 16 × 2 = 32.

  13. Welk getal komt hierna: 100, 90, 72, 46, ...?

    Toon oplossing

    12.

    Er wordt achtereenvolgens 10, 18, 26 en 34 afgetrokken. Dus 46 − 34 = 12.

  14. Welk getal komt hierna: 1, 1, 2, 3, 5, 8, ...?

    Toon oplossing

    13.

    Elk getal is de som van de twee vorige getallen. Daarom is 5 + 8 = 13.

  15. Welk getal komt hierna: 3, 6, 12, 24, 48, ...?

    Toon oplossing

    96.

    Ieder getal wordt verdubbeld. Na 48 komt 48 × 2 = 96.

  16. Welk getal komt hierna: 64, 32, 16, 8, ...?

    Toon oplossing

    4.

    Elk getal wordt door 2 gedeeld. Acht gedeeld door twee is 4.

  17. Welk getal komt hierna: 5, 10, 17, 26, 37, ...?

    Toon oplossing

    50.

    De verschillen zijn 5, 7, 9 en 11. Het volgende verschil is 13, dus 37 + 13 = 50.

  18. Welk getal komt hierna: 2, 3, 5, 8, 12, 17, ...?

    Toon oplossing

    23.

    Er komt achtereenvolgens 1, 2, 3, 4 en 5 bij. De volgende stap is 17 + 6 = 23.

  19. Welk getal komt hierna: 81, 64, 49, 36, ...?

    Toon oplossing

    25.

    Het zijn aflopende kwadraten: 9², 8², 7² en 6². Daarna volgt 5² = 25.

  20. Welk getal komt hierna: 7, 14, 12, 24, 22, 44, ...?

    Toon oplossing

    42.

    De bewerkingen wisselen af tussen verdubbelen en 2 aftrekken. Na 44 volgt dus 44 − 2 = 42.

  21. Welk getal komt hierna: 1, 4, 10, 19, 31, ...?

    Toon oplossing

    46.

    Er komt achtereenvolgens 3, 6, 9 en 12 bij. De volgende stap is 31 + 15 = 46.

  22. Welk getal komt hierna: 11, 22, 21, 42, 41, 82, ...?

    Toon oplossing

    81.

    De bewerkingen zijn om en om verdubbelen en 1 aftrekken. Na 82 komt daarom 81.

  23. Welk getal komt hierna: 2, 5, 11, 23, 47, ...?

    Toon oplossing

    95.

    Elk getal wordt verdubbeld en daarna wordt 1 opgeteld. Dus 47 × 2 + 1 = 95.

Situatiepuzzels (lateraal denken)

Een vreemde situatie met een logische verklaring. Denk buiten de gebaande paden.

  1. Een man woont op de tiende verdieping. Elke ochtend neemt hij de lift naar beneden. 's Avonds neemt hij de lift naar de zesde verdieping en loopt hij de rest met de trap. Alleen als het regent of als er iemand anders in de lift staat, gaat hij helemaal naar boven. Waarom?

    Toon oplossing

    Hij is klein en kan alleen bij de knop van de zesde verdieping. Als het regent drukt hij met zijn paraplu op de knop van de tiende, en anders vraagt hij het aan iemand anders.

  2. Een vrouw schiet haar man, houdt hem vijf minuten onder water en hangt hem daarna op. Een uur later gaan ze samen uit eten. Hoe kan dat?

    Toon oplossing

    Ze is fotograaf. Ze schiet een foto van hem, ontwikkelt die in een bakje water en hangt hem te drogen.

  3. Hoe kan iemand acht dagen lang niet slapen en toch helemaal uitgerust zijn?

    Toon oplossing

    Hij slaapt gewoon 's nachts.

  4. Een man loopt zonder paraplu en zonder hoed door de stromende regen, maar geen haar op zijn hoofd wordt nat. Hoe kan dat?

    Toon oplossing

    Hij is kaal.

  5. Twee meisjes zijn op dezelfde dag van hetzelfde jaar geboren en hebben dezelfde moeder. Toch zijn ze geen tweeling. Hoe kan dat?

    Toon oplossing

    Ze zijn twee van een drieling.

  6. Een vliegtuig stort neer precies op de grens van Nederland en België. Waar worden de overlevenden begraven?

    Toon oplossing

    Nergens: overlevenden worden niet begraven.

  7. Hoeveel dieren van elke soort nam Mozes mee in de ark?

    Toon oplossing

    Geen enkele: het was Noach die de ark bouwde, niet Mozes.

  8. Een lift vertrekt met 5 personen. Op de derde verdieping stappen 2 uit en 4 in. Op de zesde stappen 3 uit. Hoeveel personen blijven in de lift?

    Toon oplossing

    4 personen.

    Na de derde verdieping zijn er 5 − 2 + 4 = 7 personen. Daarna blijven 7 − 3 = 4 personen over.

  9. Lina staat zevende in een rij vanaf de voorkant en vijfde vanaf de achterkant. Hoeveel mensen staan er in de rij?

    Toon oplossing

    11 mensen.

    Tel 7 + 5 en trek Lina één keer af, omdat zij in beide tellingen voorkomt: 7 + 5 − 1 = 11.

  10. Parkeerplaatsen lijken zo genummerd: 16, 06, 68, 88, ?, 98. Welk nummer hoort op de lege plek als je de rij ondersteboven bekijkt?

    Toon oplossing

    87.

    Ondersteboven gelezen vormen de plaatsen de reeks 86, 87, 88, 89, 90 en 91.

  11. Een klok loopt ieder uur 5 minuten voor. Hoeveel minuten loopt hij na 6 uur voor?

    Toon oplossing

    30 minuten.

    De klok wint ieder uur 5 minuten. Na 6 uur is dat 6 × 5 = 30 minuten.

  12. Een recept voor 4 personen gebruikt 300 gram rijst. Hoeveel gram heb je nodig voor 10 personen?

    Toon oplossing

    750 gram.

    Per persoon is 300 ÷ 4 = 75 gram nodig. Voor 10 personen is dat 10 × 75 = 750 gram.

  13. Een winkelactie is: neem 4 dezelfde bekers en betaal er 3. Je neemt 10 bekers. Voor hoeveel bekers betaal je?

    Toon oplossing

    8 bekers.

    Twee complete groepen van vier geven twee gratis bekers. Je betaalt dus voor 10 − 2 = 8 bekers.

Zo pak je een breinbreker aan

Schrijf op wat je weet. Bij logische puzzels helpt het om de gegevens op papier te zetten of een tekening te maken.

Zoek bij reeksen naar het verschil. Kijk wat er tussen twee getallen bij komt of af gaat. Is dat geen vast getal, kijk dan of het verschil zelf een patroon heeft.

Lees situatiepuzzels heel precies. Vaak zit de oplossing in een woord met een dubbele betekenis, zoals "schieten" bij een fotograaf.

Breinbrekers in een pubquiz

Een breinbreker is een mooie afwisseling tussen twee quizrondes. Lees hem voor, geef de teams drie minuten en geef een bonuspunt voor het goede antwoord. Zoek je meer? Bekijk de raadsels of depubquiz vragen.