Quizje

Wetenschap quizvragen met antwoorden

Quizvragen over natuurkunde, scheikunde, biologie en beroemde wetenschappers. Wie weet hoe de wereld écht in elkaar zit?

Alle wetenschap quizvragen hebben een kort weetje bij het antwoord. Speel ze online, print ze voor je pubquiz of gebruik ze als themaronde.

Speel deze quiz

Kies je instellingen. Je ziet meteen of je antwoord goed is.

📺 Speel op de tv

Makkelijke vragen

Om op te warmen.

  1. 1.Bij hoeveel graden Celsius kookt water op zeeniveau?

    1. 90
    2. 100
    3. 110
    4. 120
    Toon antwoord

    Antwoord: 100

    Hoog in de bergen is de luchtdruk lager, waardoor water daar al onder de 100 graden kookt.

  2. 2.Geluid verplaatst zich door de lucht sneller dan licht.

    Waar of niet waar?

    Toon antwoord

    Antwoord: Niet waar

    Licht is bijna een miljoen keer sneller dan geluid; daarom zie je de bliksem voordat je de donder hoort.

  3. 3.Wat is de chemische formule van water?

    1. CO2
    2. H2O
    3. O2
    4. NaCl
    Toon antwoord

    Antwoord: H2O

    Een watermolecuul bestaat uit twee waterstofatomen en één zuurstofatoom. Zuiver water is bij kamertemperatuur vloeibaar.

  4. 4.Wat is het chemische symbool voor zuurstof?

    1. Z
    2. Zu
    3. Ox
    4. O
    Toon antwoord

    Antwoord: O

    Zuurstof heeft het symbool O en atoomnummer 8. Zuurstofgas bestaat normaal uit moleculen met twee zuurstofatomen.

  5. 5.Welk atoomnummer heeft koolstof?

    1. 12
    2. 8
    3. 6
    4. 4
    Toon antwoord

    Antwoord: 6

    Koolstof heeft atoomnummer 6 en dus zes protonen in de kern. Het element vormt de basis van organische verbindingen.

  6. 6.Wat is de SI-eenheid van kracht?

    1. Joule
    2. Pascal
    3. Watt
    4. Newton
    Toon antwoord

    Antwoord: Newton

    Kracht wordt gemeten in newton, met symbool N. Eén newton geeft een massa van één kilogram een versnelling van één meter per seconde kwadraat.

  7. 7.Wat is de SI-basiseenheid van thermodynamische temperatuur?

    1. Kelvin
    2. Celsius
    3. Fahrenheit
    4. Joule
    Toon antwoord

    Antwoord: Kelvin

    De kelvin is de SI-basiseenheid van thermodynamische temperatuur. Een temperatuurverschil van één kelvin is even groot als een verschil van één graad Celsius.

  8. 8.Welke kracht houdt de maan in haar baan om de aarde?

    1. Wrijvingskracht
    2. Zwaartekracht
    3. Veerkracht
    4. Magnetische kracht
    Toon antwoord

    Antwoord: Zwaartekracht

    De zwaartekracht van de aarde houdt de maan in haar baan. Zonder die aantrekkingskracht zou de maan niet voortdurend naar de aarde toe worden afgebogen.

  9. 9.Welk orgaan pompt bloed door het menselijk lichaam?

    1. De lever
    2. Het hart
    3. De long
    4. De nier
    Toon antwoord

    Antwoord: Het hart

    Het hart pompt bloed door de bloedvaten. De rechter- en linkerhelft verzorgen daarbij verschillende delen van de bloedsomloop.

  10. 10.Welke vorm heeft een DNA-molecuul doorgaans?

    1. Een dubbele helix
    2. Een platte ring
    3. Een rechte plaat
    4. Een massieve bol
    Toon antwoord

    Antwoord: Een dubbele helix

    DNA heeft doorgaans de vorm van een dubbele helix, vergelijkbaar met een gedraaide ladder. De sporten van die ladder bestaan uit paren van basen.

  11. 11.Welke celonderdelen produceren het grootste deel van de bruikbare energie in menselijke cellen?

    1. Ribosomen
    2. Lysosomen
    3. Mitochondriën
    4. Celkernen
    Toon antwoord

    Antwoord: Mitochondriën

    Mitochondriën produceren ATP, een belangrijke energiedrager van de cel. Ze bevatten bovendien een kleine hoeveelheid eigen DNA.

  12. 12.Welke wetenschapper is vooral bekend om de relativiteitstheorie?

    1. Niels Bohr
    2. Albert Einstein
    3. Michael Faraday
    4. Louis Pasteur
    Toon antwoord

    Antwoord: Albert Einstein

    Albert Einstein ontwikkelde de speciale en algemene relativiteitstheorie. Zijn Nobelprijs kreeg hij echter voor zijn verklaring van het foto-elektrisch effect.

  13. 13.Welke wetenschapper ontdekte de antibacteriële werking van penicilline?

    1. Robert Koch
    2. Gregor Mendel
    3. Alexander Fleming
    4. Antonie van Leeuwenhoek
    Toon antwoord

    Antwoord: Alexander Fleming

    Alexander Fleming ontdekte in 1928 de werking van penicilline. Ernst Boris Chain en Howard Florey droegen later bij aan de ontwikkeling ervan als geneesmiddel.

  14. 14.Welke wetenschapper formuleerde de wet van de universele zwaartekracht?

    1. Isaac Newton
    2. Galileo Galilei
    3. Johannes Kepler
    4. Max Planck
    Toon antwoord

    Antwoord: Isaac Newton

    Isaac Newton beschreef met zijn gravitatiewet hoe massa's elkaar aantrekken. Dezelfde theorie verklaarde zowel vallende voorwerpen als de beweging van hemellichamen.

  15. 15.Welke wetenschapper wordt vooral verbonden met de ontwikkeling van het periodiek systeem?

    1. Robert Boyle
    2. Dmitri Mendelejev
    3. John Dalton
    4. Joseph Priestley
    Toon antwoord

    Antwoord: Dmitri Mendelejev

    Dmitri Mendelejev ordende de elementen in een periodiek systeem en liet ruimte voor nog onbekende elementen. Eigenschappen van verschillende ontbrekende elementen werden later inderdaad bevestigd.

  16. 16.Welk edelgas wordt gebruikt om ballonnen te laten zweven?

    1. Argon
    2. Radon
    3. Neon
    4. Helium
    Toon antwoord

    Antwoord: Helium

    Helium is lichter dan lucht en wordt daarom gebruikt in ballonnen. Het is bovendien veel minder reactief dan het eveneens lichte waterstof.

  17. 17.Geluid kan zich door een volledig vacuüm voortplanten.

    Waar of niet waar?

    Toon antwoord

    Antwoord: Niet waar

    Geluid heeft materie nodig waarin de trillingen zich kunnen voortplanten. In het vacuüm van de ruimte kan daarom geen geluidsgolf reizen.

  18. 18.Het skelet van een volwassen mens bestaat doorgaans uit 206 botten.

    Waar of niet waar?

    Toon antwoord

    Antwoord: Waar

    Bij volwassenen worden doorgaans 206 botten geteld. Baby's hebben er meer, maar tijdens de groei vergroeien verschillende botdelen met elkaar.

  19. 19.Een watermolecuul bevat twee waterstofatomen en één zuurstofatoom.

    Waar of niet waar?

    Toon antwoord

    Antwoord: Waar

    De formule H2O geeft twee waterstofatomen en één zuurstofatoom aan. De atomen zijn met covalente bindingen verbonden.

  20. 20.Welk gas nemen planten op om via fotosynthese onder meer suikers te vormen?

    Toon antwoord

    Antwoord: koolstofdioxide

    Planten gebruiken koolstofdioxide samen met water en licht bij de fotosynthese. Daarbij ontstaat ook zuurstof.

  21. 21.Bij hoeveel graden Celsius bevriest zuiver water bij standaardatmosferische druk?

    Schattingsvraag: wie het dichtst in de buurt zit, wint.

    Toon antwoord

    Antwoord: 0

    Bij standaardatmosferische druk ligt het vriespunt van zuiver water op 0 graden Celsius. Opgeloste stoffen kunnen het vriespunt verlagen.

  22. 22.In welke twee wetenschappelijke categorieën won Marie Curie een Nobelprijs?

    1. Natuurkunde en scheikunde
    2. Geneeskunde en natuurkunde
    3. Scheikunde en literatuur
    4. Geneeskunde en scheikunde
    Toon antwoord

    Antwoord: Natuurkunde en scheikunde

    Marie Curie won in 1903 de Nobelprijs voor Natuurkunde en in 1911 die voor Scheikunde. Ze was de eerste persoon die Nobelprijzen in twee verschillende wetenschappelijke categorieën won.

  23. 23.Hoeveel dagen telt een gewone week?

    Schattingsvraag: wie het dichtst in de buurt zit, wint.

    Toon antwoord

    Antwoord: 7

    Een kalenderweek bestaat uit zeven dagen, van maandag tot en met zondag volgens de internationale standaard.

  24. 24.Hoeveel dagen telt een schrikkeljaar?

    Schattingsvraag: wie het dichtst in de buurt zit, wint.

    Toon antwoord

    Antwoord: 366

    In een schrikkeljaar heeft februari 29 dagen en komt het jaartotaal op 366.

  25. 25.Hoeveel stuks zitten er in één dozijn?

    Schattingsvraag: wie het dichtst in de buurt zit, wint.

    Toon antwoord

    Antwoord: 12

    Een dozijn is een traditionele teleenheid die precies twaalf exemplaren omvat.

Gemiddelde vragen

Hier moet je even over nadenken.

  1. 26.Wat is het scheikundige symbool van goud?

    1. Go
    2. Gd
    3. Au
    4. Ag
    Toon antwoord

    Antwoord: Au

    Au komt van het Latijnse woord 'aurum'. Ag is het symbool van zilver.

  2. 27.Welk gas nemen planten op uit de lucht voor de fotosynthese?

    Toon antwoord

    Antwoord: Koolstofdioxide

    Met zonlicht maken planten van koolstofdioxide en water suikers; daarbij komt zuurstof vrij.

  3. 28.Welk gas komt het meest voor in de lucht die we inademen?

    1. Zuurstof
    2. Stikstof
    3. Koolstofdioxide
    4. Argon
    Toon antwoord

    Antwoord: Stikstof

    De lucht bestaat voor ongeveer 78 procent uit stikstof en voor ongeveer 21 procent uit zuurstof.

  4. 29.Welke elektrische lading heeft een elektron?

    1. Positief
    2. Neutraal
    3. Negatief
    4. Wisselend
    Toon antwoord

    Antwoord: Negatief

    Een elektron heeft een negatieve elektrische lading. Protonen hebben een positieve lading van dezelfde grootte.

  5. 30.Welke pH heeft een neutrale waterige oplossing bij kamertemperatuur ongeveer?

    1. 0
    2. 7
    3. 10
    4. 14
    Toon antwoord

    Antwoord: 7

    Een neutrale waterige oplossing heeft bij kamertemperatuur een pH van ongeveer 7. Lagere waarden zijn zuur en hogere waarden basisch.

  6. 31.Welk atoomnummer heeft goud?

    1. 47
    2. 79
    3. 82
    4. 92
    Toon antwoord

    Antwoord: 79

    Goud heeft atoomnummer 79 en het symbool Au. Dat symbool is afgeleid van het Latijnse woord aurum.

  7. 32.Wat is het chemische symbool voor natrium?

    1. Nt
    2. N
    3. Na
    4. Nm
    Toon antwoord

    Antwoord: Na

    Natrium heeft het symbool Na, afkomstig van het Latijnse natrium. Het element heeft atoomnummer 11.

  8. 33.In welke SI-eenheid wordt versnelling uitgedrukt?

    1. Meter per seconde
    2. Meter per seconde kwadraat
    3. Kilogrammeter per seconde
    4. Newton per vierkante meter
    Toon antwoord

    Antwoord: Meter per seconde kwadraat

    Versnelling wordt uitgedrukt in meter per seconde kwadraat. De eenheid beschrijft hoeveel de snelheid per seconde verandert.

  9. 34.Wat is de SI-eenheid van energie en arbeid?

    1. Pascal
    2. Joule
    3. Tesla
    4. Ampère
    Toon antwoord

    Antwoord: Joule

    Energie en arbeid worden gemeten in joule, met symbool J. Eén joule is gelijk aan één newtonmeter.

  10. 35.Wat is de SI-eenheid van vermogen?

    1. Watt
    2. Volt
    3. Ohm
    4. Coulomb
    Toon antwoord

    Antwoord: Watt

    Vermogen wordt gemeten in watt, met symbool W. Eén watt betekent dat per seconde één joule energie wordt omgezet.

  11. 36.In welk celonderdeel vindt bij planten en algen de fotosynthese plaats?

    1. In het lysosoom
    2. In het ribosoom
    3. In de chloroplast
    4. In het centrosoom
    Toon antwoord

    Antwoord: In de chloroplast

    Fotosynthese vindt plaats in chloroplasten, ook wel bladgroenkorrels genoemd. Hun thylakoïdmembranen bevatten de systemen die lichtenergie opvangen.

  12. 37.Hoeveel chromosomen bevatten de meeste menselijke lichaamscellen?

    1. 23
    2. 44
    3. 46
    4. 48
    Toon antwoord

    Antwoord: 46

    De meeste menselijke lichaamscellen bevatten 46 chromosomen, verdeeld over 23 paren. Eicellen en zaadcellen bevatten ieder 23 chromosomen.

  13. 38.Welk eiwit in rode bloedcellen vervoert het grootste deel van de zuurstof?

    1. Insuline
    2. Keratine
    3. Collageen
    4. Hemoglobine
    Toon antwoord

    Antwoord: Hemoglobine

    Hemoglobine bindt zuurstof in de longen en vervoert die via het bloed. Het ijzer in hemoglobine draagt bij aan de rode kleur van bloed.

  14. 39.Welk proces verklaart dat erfelijke eigenschappen die een voordeel bieden vaker in volgende generaties voorkomen?

    1. Natuurlijke selectie
    2. Verdamping
    3. Radioactief verval
    4. Elektromagnetische inductie
    Toon antwoord

    Antwoord: Natuurlijke selectie

    Dit proces heet natuurlijke selectie. Charles Darwin en Alfred Russel Wallace kwamen onafhankelijk tot dit idee en publiceerden er in 1858 gezamenlijk over.

  15. 40.Een proton en een elektron hebben ladingen van gelijke grootte, maar met een tegengesteld teken.

    Waar of niet waar?

    Toon antwoord

    Antwoord: Waar

    Het proton heeft een positieve elementaire lading en het elektron een even grote negatieve lading. Daardoor kan een atoom met evenveel protonen als elektronen elektrisch neutraal zijn.

  16. 41.In een atoom bevinden de elektronen zich samen met de protonen in de atoomkern.

    Waar of niet waar?

    Toon antwoord

    Antwoord: Niet waar

    De kern bevat protonen en neutronen, terwijl elektronen zich buiten de kern bevinden. Het grootste deel van het volume van een atoom hoort bij het gebied waarin de elektronen voorkomen.

  17. 42.Al het DNA in een menselijke cel bevindt zich in de celkern.

    Waar of niet waar?

    Toon antwoord

    Antwoord: Niet waar

    Mitochondriën bevatten ook eigen DNA en liggen buiten de celkern. Dit mitochondriale DNA wordt bij mensen doorgaans via de moeder doorgegeven.

  18. 43.Welke wetenschapper ontdekte dat het atoom een kleine, positief geladen kern heeft?

    Toon antwoord

    Antwoord: Ernest Rutherford

    Ernest Rutherford leidde uit verstrooiingsexperimenten af dat vrijwel alle massa en positieve lading in een kleine atoomkern zitten. Zijn model verving het eerdere krentenbolmodel.

  19. 44.Hoe heet het groene pigment waarmee planten lichtenergie opvangen voor de fotosynthese?

    Toon antwoord

    Antwoord: chlorofyl

    Chlorofyl absorbeert licht voor de fotosynthese. Het weerkaatst relatief veel groen licht, waardoor veel bladeren groen lijken.

  20. 45.Wat is de SI-basiseenheid van lichtsterkte?

    Toon antwoord

    Antwoord: candela

    De candela is de SI-basiseenheid van lichtsterkte. Het symbool van deze eenheid is cd.

  21. 46.Hoeveel centimeter zit er precies in één meter?

    Schattingsvraag: wie het dichtst in de buurt zit, wint.

    Toon antwoord

    Antwoord: 100

    Eén centimeter is een honderdste meter, dus één meter bevat precies 100 centimeter. Het voorvoegsel centi- staat voor een factor van een honderdste.

  22. 47.Hoe snel beweegt licht in een vacuüm in meters per seconde?

    Schattingsvraag: wie het dichtst in de buurt zit, wint.

    Toon antwoord

    Antwoord: 299.792.458

    De lichtsnelheid in vacuüm is exact 299.792.458 meter per seconde en wordt gebruikt in de definitie van de meter.

  23. 48.Bij hoeveel graden Celsius kookt zuiver water bij een standaarddruk van 1 atmosfeer?

    Schattingsvraag: wie het dichtst in de buurt zit, wint.

    Toon antwoord

    Antwoord: 100

    Bij een standaarddruk van één atmosfeer kookt zuiver water bij 100 graden Celsius.

  24. 49.Hoeveel officieel erkende chemische elementen bevat het periodiek systeem?

    Schattingsvraag: wie het dichtst in de buurt zit, wint.

    Toon antwoord

    Antwoord: 118

    Het periodiek systeem bevat 118 erkende elementen, van waterstof tot oganesson.

Moeilijke vragen

Voor de echte kenners.

  1. 50.Welke wetenschapper kreeg de Nobelprijs voor zijn ontdekking van het neutron?

    1. Paul Dirac
    2. Enrico Fermi
    3. James Chadwick
    4. Erwin Schrödinger
    Toon antwoord

    Antwoord: James Chadwick

    James Chadwick ontdekte het neutron en kreeg daarvoor in 1935 de Nobelprijs voor Natuurkunde. Neutronen hebben geen netto elektrische lading.

  2. 51.Wat is de SI-basiseenheid van de hoeveelheid stof?

    Toon antwoord

    Antwoord: mol

    De mol is de SI-basiseenheid van de hoeveelheid stof. Eén mol bevat exact de hoeveelheid deeltjes die door de constante van Avogadro wordt vastgelegd.

  3. 52.Welke celstructuur vertaalt de informatie in mRNA naar een eiwit?

    Toon antwoord

    Antwoord: ribosoom

    Het ribosoom leest mRNA en koppelt aminozuren in de juiste volgorde aan elkaar. Ribosomen bestaan uit ribosomaal RNA en eiwitten.

  4. 53.Hoe heet de elementgroep waartoe fluor, chloor, broom en jodium behoren?

    Toon antwoord

    Antwoord: halogenen

    Deze elementen behoren tot de halogenen in groep 17 van het periodiek systeem. Ze reageren gemakkelijk met metalen en vormen daarbij vaak zouten.

  5. 54.Isotopen van hetzelfde element hebben evenveel protonen, maar kunnen een verschillend aantal neutronen hebben.

    Waar of niet waar?

    Toon antwoord

    Antwoord: Waar

    Het aantal protonen bepaalt tot welk element een atoom behoort. Isotopen verschillen in het aantal neutronen en daardoor in hun massagetal.

  6. 55.Het absolute nulpunt is exact gelijk aan min 273 graden Celsius.

    Waar of niet waar?

    Toon antwoord

    Antwoord: Niet waar

    Het absolute nulpunt is exact −273,15 graden Celsius, oftewel 0 kelvin. Min 273 graden Celsius is slechts een afgeronde waarde.

  7. 56.Alfred Nobel nam in zijn testament een aparte Nobelprijs voor wiskunde op.

    Waar of niet waar?

    Toon antwoord

    Antwoord: Niet waar

    Nobels oorspronkelijke categorieën waren natuurkunde, scheikunde, fysiologie of geneeskunde, literatuur en vrede. De latere prijs voor economische wetenschappen stond evenmin in zijn testament.

  8. 57.Hoe snel beweegt geluid bij 20 graden Celsius door droge lucht in meters per seconde?

    Schattingsvraag: wie het dichtst in de buurt zit, wint.

    Toon antwoord

    Antwoord: 343

    Bij 20 graden Celsius bedraagt de geluidssnelheid in droge lucht ongeveer 343 meter per seconde.

Wetenschap als pubquizronde

Gebruik deze vragen als themaronde: kies tien vragen en begin met de makkelijke. In de pubquiz maker kun je ook een ronde wetenschap laten samenstellen.

Meer vragen nodig? Bekijk alle pubquiz vragen of stel je eigen pubquiz samen.

Laatst gecontroleerd: 19 oktober 2026. Bij elke vraag hebben we een bron vastgelegd. Zie je een fout? Klik bij de vraag op "Meld een fout".