Quizje

Kinderquiz: quizvragen voor kinderen

Leuke en leerzame quizvragen voor kinderen, ingedeeld per schoolgroep: van eenvoudige vragen over dieren en kleuren voor groep 1 tot en met 3 tot lastigere vragen over landen en geschiedenis voor groep 6 tot en met 8.

Speel de quiz samen op het digibord of de tv, of print de vragen voor een kinderfeestje of de laatste schooldag.

Speel deze quiz

Kies je instellingen. Je ziet meteen of je antwoord goed is.

📺 Speel op de tv

Groep 1 tot en met 3 (4 tot 7 jaar)

Korte, eenvoudige vragen voor de jongste kinderen.

  1. 1.Waarvan worden rozijnen gemaakt?

    1. Van druiven
    2. Van appels
    3. Van peren
    4. Van kersen
    Toon antwoord

    Antwoord: Van druiven

    Rozijnen zijn gedroogde druiven. Tijdens het drogen worden ze kleiner en donkerder.

    Eten en drinken

  2. 2.Waar groeien cacaobonen aan?

    1. Aan een cacaoboom
    2. Aan een appelboom
    3. Aan een druivenplant
    4. Aan een aardbeienplant
    Toon antwoord

    Antwoord: Aan een cacaoboom

    Cacaobonen groeien in de vruchten van een cacaoboom. Van cacao wordt chocolade gemaakt.

    Eten en drinken

  3. 3.Waarvan wordt gewone kaas gemaakt?

    1. Van melk
    2. Van meel
    3. Van sap
    4. Van rijst
    Toon antwoord

    Antwoord: Van melk

    Kaas wordt gemaakt van melk. Voor één grote kaas is veel melk nodig.

    Eten en drinken

  4. 4.Een appel is een groente.

    Waar of niet waar?

    Toon antwoord

    Antwoord: Niet waar

    Een appel is fruit. Appels groeien aan appelbomen.

    Eten en drinken

  5. 5.Welke kleur krijg je met blauw en geel?

    1. Groen
    2. Oranje
    3. Paars
    4. Roze
    Toon antwoord

    Antwoord: Groen

    Blauwe en gele verf worden samen groen.

    Kunst en cultuur

  6. 6.Welke kleur krijg je met rood en wit?

    1. Roze
    2. Groen
    3. Bruin
    4. Blauw
    Toon antwoord

    Antwoord: Roze

    Rode verf wordt lichter als je witte verf toevoegt. Zo kun je roze maken.

    Kunst en cultuur

  7. 7.Waarmee ruik je?

    1. Met je neus
    2. Met je knie
    3. Met je hand
    4. Met je voet
    Toon antwoord

    Antwoord: Met je neus

    Je neus neemt geuren waar. Je gebruikt je neus ook om te ademen.

    Menselijk lichaam

  8. 8.Waarmee hoor je?

    1. Met je oren
    2. Met je ogen
    3. Met je neus
    4. Met je tenen
    Toon antwoord

    Antwoord: Met je oren

    Je oren vangen geluiden op. Je hersenen helpen je die geluiden te begrijpen.

    Menselijk lichaam

  9. 9.Wat pompt je hart rond?

    1. Bloed
    2. Eten
    3. Lucht
    4. Water
    Toon antwoord

    Antwoord: Bloed

    Je hart werkt als een pomp. Het pompt bloed door je lichaam.

    Menselijk lichaam

  10. 10.Met je tong kun je proeven.

    Waar of niet waar?

    Toon antwoord

    Antwoord: Waar

    Op je tong zitten smaakpapillen. Je neus helpt ook mee bij het proeven.

    Menselijk lichaam

  11. 11.Welke organen gebruik je om te ademen?

    1. Je longen
    2. Je nieren
    3. Je knieën
    4. Je tanden
    Toon antwoord

    Antwoord: Je longen

    Lucht komt via je neus of mond in je longen. Daar haalt je lichaam zuurstof uit.

    Menselijk lichaam

  12. 12.Waar zit je knie?

    1. In je been
    2. In je arm
    3. In je hoofd
    4. In je buik
    Toon antwoord

    Antwoord: In je been

    Je knie is een gewricht in je been. Je buigt hem bij lopen en zitten.

    Menselijk lichaam

  13. 13.Je huid is een orgaan.

    Waar of niet waar?

    Toon antwoord

    Antwoord: Waar

    Je huid is het grootste orgaan van je lichaam. Zij beschermt wat eronder zit.

    Menselijk lichaam

  14. 14.Welk dier zegt boe?

    1. Een koe
    2. Een hond
    3. Een kat
    4. Een eend
    Toon antwoord

    Antwoord: Een koe

    Een koe loeit. In het Nederlands schrijven we dat geluid vaak als boe.

    Natuur en dieren

  15. 15.Welk dier heeft een slurf?

    1. Een olifant
    2. Een giraffe
    3. Een leeuw
    4. Een zebra
    Toon antwoord

    Antwoord: Een olifant

    Een olifant gebruikt zijn slurf om te ruiken, ademen, drinken en eten.

    Natuur en dieren

  16. 16.Vogels hebben veren.

    Waar of niet waar?

    Toon antwoord

    Antwoord: Waar

    Veren bedekken het lichaam van vogels. Ze helpen onder meer bij vliegen en warm blijven.

    Natuur en dieren

  17. 17.Waarmee ademt een vis?

    1. Met kieuwen
    2. Met vleugels
    3. Met voelsprieten
    4. Met hoeven
    Toon antwoord

    Antwoord: Met kieuwen

    Vissen halen met hun kieuwen zuurstof uit het water.

    Natuur en dieren

  18. 18.Welk dier heeft een heel lange nek?

    1. Een giraf
    2. Een egel
    3. Een mol
    4. Een kikker
    Toon antwoord

    Antwoord: Een giraf

    Een giraf heeft een lange nek. Daarmee kan hij bladeren hoog uit bomen eten.

    Natuur en dieren

  19. 19.Een pinguïn kan vliegen.

    Waar of niet waar?

    Toon antwoord

    Antwoord: Niet waar

    Een pinguïn kan niet vliegen. Hij gebruikt zijn vleugels om goed te zwemmen.

    Natuur en dieren

  20. 20.Wat draagt een huisjesslak op zijn rug?

    1. Een huisje
    2. Een nestje
    3. Een veertje
    4. Een steentje
    Toon antwoord

    Antwoord: Een huisje

    Het huisje beschermt de slak. De slak draagt het altijd met zich mee.

    Natuur en dieren

  21. 21.Hoe heet het jong van een kip?

    1. Een kuiken
    2. Een kalf
    3. Een veulen
    4. Een lam
    Toon antwoord

    Antwoord: Een kuiken

    Een jonge kip heet een kuiken. Een kuiken komt uit een ei.

    Natuur en dieren

  22. 22.Een dolfijn is een vis.

    Waar of niet waar?

    Toon antwoord

    Antwoord: Niet waar

    Een dolfijn is een zoogdier. Hij ademt lucht met longen.

    Natuur en dieren

  23. 23.Wat wordt later een kikker?

    1. Een kikkervisje
    2. Een rups
    3. Een kuiken
    4. Een welp
    Toon antwoord

    Antwoord: Een kikkervisje

    Een kikker begint als kikkerdril. Daarna wordt hij een kikkervisje en groeit hij verder.

    Natuur en dieren

  24. 24.Een vleermuis is een vogel.

    Waar of niet waar?

    Toon antwoord

    Antwoord: Niet waar

    Een vleermuis is een zoogdier. Het is het enige zoogdier dat echt kan vliegen.

    Natuur en dieren

  25. 25.Wat moet je doen bij rood licht?

    1. Stoppen
    2. Doorrijden
    3. Springen
    4. Zwaaien
    Toon antwoord

    Antwoord: Stoppen

    Rood licht betekent stoppen. Je wacht tot het veilig is om verder te gaan.

    Nederland

  26. 26.Waar steek je veilig een weg over?

    1. Bij een zebrapad
    2. Midden in een bocht
    3. Tussen hoge struiken
    4. Achter een grote bus
    Toon antwoord

    Antwoord: Bij een zebrapad

    Een zebrapad is gemaakt om over te steken. Kijk altijd goed of het verkeer stopt.

    Nederland

  27. 27.Welk lichaamsdeel beschermt een helm?

    1. Je hoofd
    2. Je buik
    3. Je voet
    4. Je hand
    Toon antwoord

    Antwoord: Je hoofd

    Een helm helpt je hoofd te beschermen. Hij verkleint de kans op ernstig hoofdletsel.

    Nederland

  28. 28.Waar loopt een voetganger meestal?

    1. Op de stoep
    2. Op de snelweg
    3. Op de rails
    4. In de bermsloot
    Toon antwoord

    Antwoord: Op de stoep

    Een voetganger gebruikt de stoep of het voetpad. Dat houdt lopen veiliger.

    Nederland

  29. 29.Wie bezoekt Roodkapje?

    1. Haar oma
    2. Haar juf
    3. Haar buurman
    4. Haar koning
    Toon antwoord

    Antwoord: Haar oma

    Roodkapje gaat door het bos naar haar oma. Ze neemt een mandje mee.

    Taal en literatuur

  30. 30.Wat verliest Assepoester?

    1. Een glazen muiltje
    2. Een gouden kroon
    3. Een rode mantel
    4. Een zilveren ring
    Toon antwoord

    Antwoord: Een glazen muiltje

    Assepoester verliest een glazen muiltje als ze het bal verlaat.

    Taal en literatuur

  31. 31.In het verhaal groeit de neus van Pinokkio als hij liegt.

    Waar of niet waar?

    Toon antwoord

    Antwoord: Waar

    Pinokkio is een houten pop. In het bekende verhaal groeit zijn neus als hij liegt.

    Taal en literatuur

  32. 32.Hoeveel dwergen wonen bij Sneeuwwitje?

    1. Vijf
    2. Zes
    3. Zeven
    4. Acht
    Toon antwoord

    Antwoord: Zeven

    Sneeuwwitje komt terecht bij zeven dwergen. Zij wonen samen in een huisje.

    Taal en literatuur

  33. 33.Welk huis is het stevigst bij de drie biggetjes?

    1. Het stenen huis
    2. Het huis van stro
    3. Het houten huis
    4. Het huis van papier
    Toon antwoord

    Antwoord: Het stenen huis

    In het sprookje blijft het stenen huis staan. De huizen van stro en hout zijn minder stevig.

    Taal en literatuur

  34. 34.Een bus rijdt alleen op rails.

    Waar of niet waar?

    Toon antwoord

    Antwoord: Niet waar

    Een gewone bus rijdt op de weg. Een trein en een tram rijden wel op rails.

    Techniek en uitvindingen

  35. 35.Een trein rijdt over rails.

    Waar of niet waar?

    Toon antwoord

    Antwoord: Waar

    Treinen rijden over rails. Twee rails samen vormen een spoor.

    Techniek en uitvindingen

  36. 36.Hoeveel zijden heeft een driehoek?

    1. Twee
    2. Drie
    3. Vier
    4. Vijf
    Toon antwoord

    Antwoord: Drie

    Een driehoek heeft drie rechte zijden en drie hoeken.

    Wetenschap

  37. 37.Een vierkant heeft vier gelijke zijden.

    Waar of niet waar?

    Toon antwoord

    Antwoord: Waar

    Een vierkant heeft vier even lange zijden. Het heeft ook vier rechte hoeken.

    Wetenschap

  38. 38.Hoeveel hoeken heeft een cirkel?

    1. Geen
    2. Twee
    3. Drie
    4. Vier
    Toon antwoord

    Antwoord: Geen

    Een cirkel is helemaal rond. Hij heeft geen hoeken.

    Wetenschap

  39. 39.Een cirkel heeft vier hoeken.

    Waar of niet waar?

    Toon antwoord

    Antwoord: Niet waar

    Een cirkel heeft geen hoeken. Een vierkant heeft er wel vier.

    Wetenschap

  40. 40.Hoeveel seizoenen zijn er?

    1. Twee
    2. Drie
    3. Vier
    4. Vijf
    Toon antwoord

    Antwoord: Vier

    De vier seizoenen zijn lente, zomer, herfst en winter.

    Wetenschap

  41. 41.In welk seizoen vallen veel blaadjes?

    1. In de herfst
    2. In de lente
    3. In de zomer
    4. In de winter
    Toon antwoord

    Antwoord: In de herfst

    In de herfst verkleuren en vallen veel bladeren. Bomen bereiden zich zo voor op de winter.

    Wetenschap

  42. 42.Waarmee meet je de temperatuur?

    1. Met een thermometer
    2. Met een liniaal
    3. Met een klok
    4. Met een kompas
    Toon antwoord

    Antwoord: Met een thermometer

    Een thermometer meet hoe warm of koud iets is.

    Wetenschap

  43. 43.Waar komt regen uit?

    1. Uit wolken
    2. Uit bomen
    3. Uit stenen
    4. Uit wegen
    Toon antwoord

    Antwoord: Uit wolken

    Regen bestaat uit waterdruppels die uit een wolk vallen.

    Wetenschap

  44. 44.De zomer is het koudste seizoen.

    Waar of niet waar?

    Toon antwoord

    Antwoord: Niet waar

    De zomer is meestal het warmste seizoen. De winter is meestal het koudst.

    Wetenschap

  45. 45.Welk seizoen komt na de winter?

    1. De lente
    2. De zomer
    3. De herfst
    4. De winter
    Toon antwoord

    Antwoord: De lente

    Na de winter begint de lente. Dan gaan veel planten weer groeien.

    Wetenschap

  46. 46.Je hoort donder vóór je bliksem ziet.

    Waar of niet waar?

    Toon antwoord

    Antwoord: Niet waar

    Je ziet eerst de bliksem en hoort daarna de donder. Licht reist veel sneller dan geluid.

    Wetenschap

  47. 47.Sneeuw bestaat uit bevroren water.

    Waar of niet waar?

    Toon antwoord

    Antwoord: Waar

    Sneeuw bestaat uit kleine ijskristallen. IJs is bevroren water.

    Wetenschap

  48. 48.Wat meet een regenmeter?

    1. Hoeveel regen er valt
    2. Hoe hard het waait
    3. Hoe warm het is
    4. Hoe laat het is
    Toon antwoord

    Antwoord: Hoeveel regen er valt

    Een regenmeter vangt regenwater op. Zo kun je meten hoeveel regen er is gevallen.

    Wetenschap

Groep 4 en 5 (7 tot 9 jaar)

Voor kinderen die al goed kunnen lezen.

  1. 49.Wie bakt brood?

    1. Een bakker
    2. Een kapper
    3. Een piloot
    4. Een schilder
    Toon antwoord

    Antwoord: Een bakker

    Een bakker bakt brood en broodjes. Sommige bakkers beginnen al heel vroeg met werken.

    Eten en drinken

  2. 50.Op welke datum is eerste kerstdag?

    1. 5 december
    2. 24 december
    3. 25 december
    4. 31 december
    Toon antwoord

    Antwoord: 25 december

    Eerste kerstdag is op 25 december. Tweede kerstdag volgt op 26 december.

    Feestdagen

  3. 51.Op welke datum is Driekoningen?

    1. 1 januari
    2. 6 januari
    3. 14 februari
    4. 27 april
    Toon antwoord

    Antwoord: 6 januari

    Driekoningen is op 6 januari. Sommige kinderen zingen die dag langs de deuren.

    Feestdagen

  4. 52.Je schedel beschermt je hersenen.

    Waar of niet waar?

    Toon antwoord

    Antwoord: Waar

    De harde botten van je schedel beschermen je hersenen. Je ribben beschermen je hart en longen.

    Menselijk lichaam

  5. 53.Met welke organen adem je?

    1. Je nieren
    2. Je darmen
    3. Je longen
    4. Je spieren
    Toon antwoord

    Antwoord: Je longen

    Je longen halen zuurstof uit de lucht. Je lichaam heeft die zuurstof nodig om te werken.

    Menselijk lichaam

  6. 54.Waarmee maak je eten fijn in je mond?

    1. Met je tanden
    2. Met je oren
    3. Met je nagels
    4. Met je wangen
    Toon antwoord

    Antwoord: Met je tanden

    Je tanden en kiezen maken eten klein. Speeksel helpt om het eten door te slikken.

    Menselijk lichaam

  7. 55.Je ribbenkast beschermt alleen je voeten.

    Waar of niet waar?

    Toon antwoord

    Antwoord: Niet waar

    Je ribbenkast beschermt je hart en longen. Je voeten zitten veel lager in je lichaam.

    Menselijk lichaam

  8. 56.Door welke buis gaat lucht naar je longen?

    1. De slokdarm
    2. De luchtpijp
    3. De dikke darm
    4. De bloedbaan
    Toon antwoord

    Antwoord: De luchtpijp

    Lucht gaat via je neus of mond en de luchtpijp naar je longen. Eten gaat door de slokdarm.

    Menselijk lichaam

  9. 57.Welk orgaan ligt in je schedel?

    1. Je hart
    2. Je maag
    3. Je hersenen
    4. Je lever
    Toon antwoord

    Antwoord: Je hersenen

    Je hersenen liggen in je schedel. De schedelbeenderen beschermen dit belangrijke orgaan.

    Menselijk lichaam

  10. 58.Hoeveel poten heeft een insect?

    1. Vier
    2. Zes
    3. Acht
    4. Tien
    Toon antwoord

    Antwoord: Zes

    Een insect heeft zes poten. Zijn lijf bestaat uit drie delen.

    Natuur en dieren

  11. 59.Een spin is een insect.

    Waar of niet waar?

    Toon antwoord

    Antwoord: Niet waar

    Een spin is geen insect. Spinnen hebben acht poten en insecten zes.

    Natuur en dieren

  12. 60.Wat drinken jonge zoogdieren bij hun moeder?

    1. Melk
    2. Sap
    3. Thee
    4. Water
    Toon antwoord

    Antwoord: Melk

    Jonge zoogdieren drinken melk bij hun moeder. Dat heet zogen.

    Natuur en dieren

  13. 61.Welk dier houdt een winterslaap?

    1. De egel
    2. De koe
    3. De meeuw
    4. De kip
    Toon antwoord

    Antwoord: De egel

    Egels slapen een groot deel van de winter. Vooraf eten ze extra veel.

    Natuur en dieren

  14. 62.Wat wordt een rups later?

    1. Een kever
    2. Een spin
    3. Een vlinder
    4. Een slak
    Toon antwoord

    Antwoord: Een vlinder

    Een rups verandert in een pop en daarna in een vlinder. Deze verandering heet metamorfose.

    Natuur en dieren

  15. 63.Wat voor dier is een eekhoorn?

    1. Een knaagdier
    2. Een reptiel
    3. Een amfibie
    4. Een insect
    Toon antwoord

    Antwoord: Een knaagdier

    Een eekhoorn is een knaagdier. Hij helpt planten door zaden te verspreiden.

    Natuur en dieren

  16. 64.Twee spinnen hebben samen hoeveel poten?

    1. 12
    2. 14
    3. 16
    4. 18
    Toon antwoord

    Antwoord: 16

    Eén spin heeft acht poten, dus twee spinnen hebben samen zestien poten. Spinnen zijn geen insecten.

    Natuur en dieren

  17. 65.Drie kevers hebben samen hoeveel poten?

    1. 12
    2. 15
    3. 18
    4. 24
    Toon antwoord

    Antwoord: 18

    Een kever is een insect en heeft zes poten. Drie keer zes is achttien.

    Natuur en dieren

  18. 66.Wie behandelt zieke dieren?

    1. Een dierenarts
    2. Een conducteur
    3. Een timmerman
    4. Een postbode
    Toon antwoord

    Antwoord: Een dierenarts

    Een dierenarts onderzoekt en behandelt dieren. Sommige dierenartsen werken vooral met huisdieren.

    Natuur en dieren

  19. 67.Twee insecten en één spin hebben samen hoeveel poten?

    1. 18
    2. 20
    3. 22
    4. 24
    Toon antwoord

    Antwoord: 20

    Twee insecten hebben samen twaalf poten en een spin heeft er acht. Twaalf plus acht is twintig.

    Natuur en dieren

  20. 68.De Afsluitdijk verbindt Noord-Holland en Friesland.

    Waar of niet waar?

    Toon antwoord

    Antwoord: Waar

    De Afsluitdijk loopt tussen Noord-Holland en Friesland. De dijk beschermt Nederland tegen hoog water.

    Nederland

  21. 69.De Waddenzee ligt tussen Limburg en België.

    Waar of niet waar?

    Toon antwoord

    Antwoord: Niet waar

    De Waddenzee ligt tussen de Waddeneilanden en het vasteland van Nederland. Bij laagwater vallen delen van de bodem droog.

    Nederland

  22. 70.Welke kleur heeft een gewone Nederlandse kentekenplaat?

    1. Geel
    2. Groen
    3. Rood
    4. Wit
    Toon antwoord

    Antwoord: Geel

    Een gewone Nederlandse kentekenplaat is geel met zwarte tekens. Links staat een blauw vlak met het EU-symbool.

    Nederland

  23. 71.Je bezoekt 3 van de 12 provincies. Dan blijven er 9 over.

    Waar of niet waar?

    Toon antwoord

    Antwoord: Waar

    Twaalf min drie is negen. Nederland bestaat uit twaalf provincies.

    Nederland

  24. 72.De aarde is de hoeveelste planeet vanaf de zon?

    1. De eerste
    2. De tweede
    3. De derde
    4. De vierde
    Toon antwoord

    Antwoord: De derde

    De aarde is de derde planeet vanaf de zon. Door de juiste temperatuur kan hier vloeibaar water bestaan.

    Ruimte

  25. 73.Hoeveel planeten heeft ons zonnestelsel?

    1. Zes
    2. Zeven
    3. Acht
    4. Negen
    Toon antwoord

    Antwoord: Acht

    Acht planeten draaien om de zon. Pluto wordt een dwergplaneet genoemd.

    Ruimte

  26. 74.De zon is een planeet.

    Waar of niet waar?

    Toon antwoord

    Antwoord: Niet waar

    De zon is een ster. De acht planeten van ons zonnestelsel draaien om deze ster.

    Ruimte

  27. 75.Welke planeet heet de Rode Planeet?

    1. Venus
    2. Mars
    3. Jupiter
    4. Neptunus
    Toon antwoord

    Antwoord: Mars

    Mars wordt de Rode Planeet genoemd door zijn oranje-rode kleur. Vanaf de aarde lijkt hij soms op een rode ster.

    Ruimte

  28. 76.Welke planeet staat bekend om zijn heldere ringen?

    1. Mercurius
    2. Aarde
    3. Mars
    4. Saturnus
    Toon antwoord

    Antwoord: Saturnus

    Saturnus heeft grote, heldere ringen. Ze bestaan uit miljoenen stukken ijs en steen.

    Ruimte

  29. 77.Hoeveel manen heeft Mars?

    1. Geen
    2. Eén
    3. Twee
    4. Vier
    Toon antwoord

    Antwoord: Twee

    Mars heeft twee kleine manen. Ze heten Phobos en Deimos.

    Ruimte

  30. 78.Waarmee speel je hockey?

    1. Met een stick
    2. Met een honkbalknuppel
    3. Met een springtouw
    4. Met een zwembril
    Toon antwoord

    Antwoord: Met een stick

    Elke hockeyspeler gebruikt een stick. De bal wordt met de platte kant gespeeld.

    Sport

  31. 79.Bij tennis mag de bal drie keer stuiten.

    Waar of niet waar?

    Toon antwoord

    Antwoord: Niet waar

    Bij tennis mag de bal in een rally maar één keer stuiten. Daarna moet je hem terugslaan.

    Sport

  32. 80.Hoeveel spelers heeft een basketbalteam op het veld?

    1. Vier
    2. Vijf
    3. Zes
    4. Zeven
    Toon antwoord

    Antwoord: Vijf

    Bij basketbal spelen twee teams van vijf spelers tegen elkaar. Ze proberen de bal in de basket te gooien.

    Sport

  33. 81.Hoeveel punten is een vrije worp bij basketbal waard?

    1. Eén punt
    2. Twee punten
    3. Drie punten
    4. Vier punten
    Toon antwoord

    Antwoord: Eén punt

    Een rake vrije worp telt voor één punt. De worp wordt vanaf de vrijeworplijn genomen.

    Sport

  34. 82.Welke voetballer verdedigt het doel?

    1. De keeper
    2. De coach
    3. De scheidsrechter
    4. De supporter
    Toon antwoord

    Antwoord: De keeper

    De keeper heet ook doelverdediger. Zijn belangrijkste taak is het doel verdedigen.

    Sport

  35. 83.Twee basketbalteams hebben samen elf spelers op het veld.

    Waar of niet waar?

    Toon antwoord

    Antwoord: Niet waar

    Elk team heeft vijf spelers op het veld. Twee teams hebben dus samen tien spelers.

    Sport

  36. 84.Vier hockeyteams hebben elk 11 spelers. Hoeveel spelers zijn dat?

    1. 22
    2. 33
    3. 44
    4. 55
    Toon antwoord

    Antwoord: 44

    Vier keer elf is vierenveertig. Volwassen hockeyteams spelen normaal 11 tegen 11.

    Sport

  37. 85.Twee hockeyteams hebben samen 21 spelers op het veld.

    Waar of niet waar?

    Toon antwoord

    Antwoord: Niet waar

    Twee teams van elf spelers hebben samen 22 spelers. Bij jeugdteams kunnen kleinere teams worden gebruikt.

    Sport

  38. 86.Een vrije worp bij basketbal telt voor twee punten.

    Waar of niet waar?

    Toon antwoord

    Antwoord: Niet waar

    Een rake vrije worp telt voor één punt. Andere rake worpen kunnen twee of drie punten opleveren.

    Sport

  39. 87.Een kapper knipt haar.

    Waar of niet waar?

    Toon antwoord

    Antwoord: Waar

    Een kapper knipt en verzorgt haar. Daarvoor gebruikt een kapper onder meer een schaar en een kam.

    Techniek en uitvindingen

  40. 88.Wie blust een brand?

    1. Een tandarts
    2. Een brandweerman
    3. Een fotograaf
    4. Een bakker
    Toon antwoord

    Antwoord: Een brandweerman

    De brandweer blust branden en helpt bij noodsituaties. Brandweermensen dragen beschermende kleding.

    Techniek en uitvindingen

  41. 89.Wie brengt brieven rond?

    1. Een kok
    2. Een postbode
    3. Een tandarts
    4. Een piloot
    Toon antwoord

    Antwoord: Een postbode

    Een postbode bezorgt brieven. Een chauffeur kan pakketten en andere spullen vervoeren.

    Techniek en uitvindingen

Groep 6 tot en met 8 (9 tot 12 jaar)

Voor de bovenbouw: iets lastiger, met aardrijkskunde, geschiedenis en natuur.

  1. 90.Welk land ligt ten oosten van Nederland?

    1. Frankrijk
    2. Duitsland
    3. Engeland
    4. Denemarken
    Toon antwoord

    Antwoord: Duitsland

    Duitsland ligt ten oosten van Nederland. België ligt ten zuiden van Nederland.

    Aardrijkskunde

  2. 91.België is een buurland van Nederland.

    Waar of niet waar?

    Toon antwoord

    Antwoord: Waar

    Nederland grenst aan België en Duitsland. Aan de andere kant ligt de Noordzee.

    Aardrijkskunde

  3. 92.Rome is de hoofdstad van Italië.

    Waar of niet waar?

    Toon antwoord

    Antwoord: Waar

    Rome is de hoofdstad van Italië. De stad was vroeger het centrum van het Romeinse Rijk.

    Aardrijkskunde

  4. 93.Wat is de hoofdstad van Spanje?

    1. Barcelona
    2. Madrid
    3. Sevilla
    4. Valencia
    Toon antwoord

    Antwoord: Madrid

    Madrid is de hoofdstad van Spanje. De stad ligt ongeveer in het midden van het land.

    Aardrijkskunde

  5. 94.Wat is de hoofdstad van België?

    1. Antwerpen
    2. Brugge
    3. Brussel
    4. Gent
    Toon antwoord

    Antwoord: Brussel

    Brussel is de hoofdstad van België. In België zijn Nederlands, Frans en Duits officiële talen.

    Aardrijkskunde

  6. 95.Nederland ligt aan de Noordzee.

    Waar of niet waar?

    Toon antwoord

    Antwoord: Waar

    Nederland heeft een lange kust aan de Noordzee. Die ligging is belangrijk voor handel en scheepvaart.

    Aardrijkskunde

  7. 96.In welk werelddeel ligt Nederland?

    1. Afrika
    2. Azië
    3. Europa
    4. Zuid-Amerika
    Toon antwoord

    Antwoord: Europa

    Nederland ligt in Europa. Het land ligt aan de Noordzee en grenst aan België en Duitsland.

    Aardrijkskunde

  8. 97.Den Haag is officieel de hoofdstad van Nederland.

    Waar of niet waar?

    Toon antwoord

    Antwoord: Niet waar

    Amsterdam is de hoofdstad. Den Haag is de plaats waar de regering en het parlement werken.

    Aardrijkskunde

  9. 98.Welke twee speelgoedfiguren zijn de hoofdpersonen in Toy Story?

    1. Woody en Buzz
    2. Nemo en Dory
    3. Simba en Nala
    4. Elsa en Olaf
    Toon antwoord

    Antwoord: Woody en Buzz

    Woody is een cowboypop en Buzz Lightyear een ruimteranger. Ze beginnen als rivalen, maar leren samenwerken.

    Film en tv

  10. 99.Toy Story was de eerste lange computeranimatiefilm.

    Waar of niet waar?

    Toon antwoord

    Antwoord: Waar

    Toy Story verscheen in 1995 als de eerste volledig met de computer gemaakte lange animatiefilm. De film werd geproduceerd door Pixar.

    Film en tv

  11. 100.Hoe heet de vader van Nemo in Finding Nemo?

    1. Marlin
    2. Woody
    3. Sullivan
    4. Remy
    Toon antwoord

    Antwoord: Marlin

    Marlin is de vader van Nemo. Hij reist door de oceaan om zijn verdwenen zoon te zoeken.

    Film en tv

  12. 101.In welk jaar verscheen Finding Nemo?

    1. 1995
    2. 1999
    3. 2003
    4. 2008
    Toon antwoord

    Antwoord: 2003

    Finding Nemo verscheen in 2003. De film speelt voor een groot deel in de oceaan en op het Groot Barrièrerif.

    Film en tv

  13. 102.In Frozen 2 gaat Elsa helemaal alleen op reis.

    Waar of niet waar?

    Toon antwoord

    Antwoord: Niet waar

    Elsa reist samen met Anna, Kristoff, Olaf en Sven. Ze probeert te ontdekken waar haar bijzondere krachten vandaan komen.

    Film en tv

  14. 103.Welke leeuw is de hoofdpersoon in The Lion King?

    1. Scar
    2. Simba
    3. Timon
    4. Rafiki
    Toon antwoord

    Antwoord: Simba

    Simba is de jonge leeuw om wie het verhaal draait. Zijn vader heet Mufasa.

    Film en tv

  15. 104.Hoe wordt een stop-motionfilm gemaakt?

    1. Met beeldjes die telkens worden verplaatst
    2. Met één lange stilstaande foto
    3. Alleen met opgenomen geluid
    4. Met acteurs achter een gordijn
    Toon antwoord

    Antwoord: Met beeldjes die telkens worden verplaatst

    Bij stop-motion wordt een figuur steeds een klein stukje verplaatst en opnieuw gefotografeerd. Door de beelden snel af te spelen lijkt het figuur te bewegen.

    Film en tv

  16. 105.Waarvoor werden hunebedden gebruikt?

    1. Als begraafplaats
    2. Als marktplaats
    3. Als schoolgebouw
    4. Als wachttoren
    Toon antwoord

    Antwoord: Als begraafplaats

    Hunebedden zijn stenen begraafplaatsen. Ze werden gebouwd door de eerste boeren in dit gebied.

    Geschiedenis

  17. 106.De Nederlandse hunebedden zijn meer dan 5000 jaar oud.

    Waar of niet waar?

    Toon antwoord

    Antwoord: Waar

    Hunebedden zijn meer dan 5000 jaar oud. Ze behoren tot de oudste bouwwerken van Nederland.

    Geschiedenis

  18. 107.Welke rivier vormde de Romeinse grens in Nederland?

    1. De Maas
    2. De Rijn
    3. De Schelde
    4. De IJssel
    Toon antwoord

    Antwoord: De Rijn

    De Rijn vormde de noordgrens van het Romeinse Rijk. Langs de rivier bouwden de Romeinen forten en wachtposten.

    Geschiedenis

  19. 108.Hoe noemden de Romeinen hun grens?

    1. De Agora
    2. De Limes
    3. De Akropolis
    4. De Delta
    Toon antwoord

    Antwoord: De Limes

    De Romeinse grens heette de Limes. In Nederland liep deze grens ongeveer langs de Rijn.

    Geschiedenis

  20. 109.Het gebied ten zuiden van de Rijn hoorde bij het Romeinse Rijk.

    Waar of niet waar?

    Toon antwoord

    Antwoord: Waar

    Een groot deel van Zuid-Nederland hoorde eeuwenlang bij het Romeinse Rijk. De Rijn vormde ongeveer de noordgrens.

    Geschiedenis

  21. 110.In welk werelddeel dreef de VOC vooral handel?

    1. Azië
    2. Europa
    3. Noord-Amerika
    4. Antarctica
    Toon antwoord

    Antwoord: Azië

    De VOC handelde vooral in Azië. De onderneming vervoerde onder meer specerijen naar Nederland.

    Geschiedenis

  22. 111.Welk product haalde de VOC uit Azië?

    1. Kruidnagels
    2. Aardappelen
    3. Tulpenbollen
    4. Steenkool
    Toon antwoord

    Antwoord: Kruidnagels

    Kruidnagels waren kostbare specerijen uit Azië. Ook peper, kaneel en nootmuskaat werden verhandeld.

    Geschiedenis

  23. 112.De Canon van Nederland bestaat uit 50 vensters.

    Waar of niet waar?

    Toon antwoord

    Antwoord: Waar

    De Canon telt vijftig vensters. Ze vertellen samen over belangrijke personen, voorwerpen en gebeurtenissen.

    Geschiedenis

  24. 113.Wie wordt de Vader des Vaderlands genoemd?

    1. Karel de Grote
    2. Willem van Oranje
    3. Hugo de Groot
    4. Koning Willem I
    Toon antwoord

    Antwoord: Willem van Oranje

    Willem van Oranje wordt de Vader des Vaderlands genoemd. Hij speelde een belangrijke rol in de opstand tegen Spanje.

    Geschiedenis

  25. 114.Tegen welk land leidde Willem van Oranje de opstand?

    1. Engeland
    2. Frankrijk
    3. Spanje
    4. Duitsland
    Toon antwoord

    Antwoord: Spanje

    Willem van Oranje leidde de opstand van de Nederlanden tegen Spanje. De Spaanse koning Filips II was zijn tegenstander.

    Geschiedenis

  26. 115.Anne Frank kreeg haar dagboek toen ze dertien jaar werd.

    Waar of niet waar?

    Toon antwoord

    Antwoord: Waar

    Anne kreeg het dagboek voor haar dertiende verjaardag. Ze schreef erin over haar leven in het Achterhuis.

    Geschiedenis

  27. 116.Tussen welke steden reed de eerste Nederlandse trein?

    1. Amsterdam en Haarlem
    2. Utrecht en Arnhem
    3. Rotterdam en Breda
    4. Leiden en Den Haag
    Toon antwoord

    Antwoord: Amsterdam en Haarlem

    De eerste Nederlandse spoorlijn liep van Amsterdam naar Haarlem. Locomotief De Arend reed de eerste feestelijke rit.

    Geschiedenis

  28. 117.In welk jaar opende de eerste spoorlijn van Nederland?

    1. 1739
    2. 1789
    3. 1839
    4. 1889
    Toon antwoord

    Antwoord: 1839

    De eerste Nederlandse spoorlijn opende in 1839. Treinen waren toen veel sneller dan paardenkoetsen en trekschuiten.

    Geschiedenis

  29. 118.De Watersnoodramp vond plaats in 1953.

    Waar of niet waar?

    Toon antwoord

    Antwoord: Waar

    De Watersnoodramp trof Nederland in de nacht van 31 januari op 1 februari 1953. Daarna werd snel begonnen met de Deltawerken.

    Geschiedenis

  30. 119.Waarom werden de Deltawerken gebouwd?

    1. Om overstromingen te voorkomen
    2. Om meer bossen te planten
    3. Om treinen sneller te maken
    4. Om steden groter te maken
    Toon antwoord

    Antwoord: Om overstromingen te voorkomen

    De Deltawerken beschermen Zuidwest-Nederland tegen hoog water. Ze bestaan uit dammen en waterkeringen.

    Geschiedenis

  31. 120.Wie was de eerste Oranje-koning van Nederland?

    1. Willem van Oranje
    2. Koning Willem I
    3. Koning Willem II
    4. Karel de Grote
    Toon antwoord

    Antwoord: Koning Willem I

    Koning Willem I was de eerste Oranje-koning van Nederland. Hij regeerde van 1814 tot 1840.

    Geschiedenis

  32. 121.Anne Frank werd in Nederland geboren.

    Waar of niet waar?

    Toon antwoord

    Antwoord: Niet waar

    Anne Frank werd in 1929 in Duitsland geboren. Haar gezin vluchtte later naar Amsterdam.

    Geschiedenis

  33. 122.Hoe maak je meestal geluid op een viool?

    1. Door op trommels te slaan
    2. Door over snaren te strijken
    3. Door in een buis te blazen
    4. Door toetsen in te drukken
    Toon antwoord

    Antwoord: Door over snaren te strijken

    Een violist beweegt een strijkstok over de snaren. De trillende snaren brengen de lucht in beweging.

    Muziek

  34. 123.Waarmee bespeel je meestal een drumstel?

    1. Met drumstokken
    2. Met een strijkstok
    3. Met een plectrum
    4. Met een blaasbalg
    Toon antwoord

    Antwoord: Met drumstokken

    Een drumstel wordt meestal met houten drumstokken bespeeld. Het hoort bij de slaginstrumenten.

    Muziek

  35. 124.Een trompet is een blaasinstrument.

    Waar of niet waar?

    Toon antwoord

    Antwoord: Waar

    Een trompet is een blaasinstrument. Andere blaasinstrumenten zijn de saxofoon en de dwarsfluit.

    Muziek

  36. 125.Wie leidt een orkest?

    1. De dirigent
    2. De schrijver
    3. De regisseur
    4. De schilder
    Toon antwoord

    Antwoord: De dirigent

    De dirigent leidt het orkest en geeft aan hoe de muziek moet worden gespeeld. In een orkest spelen veel verschillende instrumenten samen.

    Muziek

  37. 126.Welk instrument heeft witte en zwarte toetsen?

    1. Een viool
    2. Een trompet
    3. Een piano
    4. Een trommel
    Toon antwoord

    Antwoord: Een piano

    Een piano is een toetsinstrument met witte en zwarte toetsen. Binnenin slaan hamertjes tegen snaren.

    Muziek

  38. 127.Een klarinet is een snaarinstrument.

    Waar of niet waar?

    Toon antwoord

    Antwoord: Niet waar

    Een klarinet is een blaasinstrument. De speler blaast in het instrument en bedekt gaatjes of kleppen met de vingers.

    Muziek

  39. 128.In welke stad werd Mozart geboren?

    1. Salzburg
    2. Parijs
    3. Amsterdam
    4. Londen
    Toon antwoord

    Antwoord: Salzburg

    Mozart werd in Salzburg geboren. Als kind reisde hij met zijn familie langs Europese hoven om muziek te spelen.

    Muziek

  40. 129.Wat heeft een plant nodig voor fotosynthese?

    1. Licht, water en koolstofdioxide
    2. Zout, zand en zuurstof
    3. Warmte, klei en stikstof
    4. Wind, steen en waterstof
    Toon antwoord

    Antwoord: Licht, water en koolstofdioxide

    Een plant gebruikt licht, water en koolstofdioxide om voedsel te maken. Daarbij ontstaat ook zuurstof.

    Natuur en dieren

  41. 130.Welk deel van een plant neemt water op uit de grond?

    1. De bloemen
    2. De bladeren
    3. De wortels
    4. De vruchten
    Toon antwoord

    Antwoord: De wortels

    De wortels halen water uit de grond. Via de stengel gaat het water naar de bladeren.

    Natuur en dieren

  42. 131.Bij fotosynthese maakt een plant zuurstof.

    Waar of niet waar?

    Toon antwoord

    Antwoord: Waar

    Bij fotosynthese ontstaan suiker en zuurstof. De plant gebruikt hiervoor licht, water en koolstofdioxide.

    Natuur en dieren

  43. 132.Waarmee begint een voedselketen?

    1. Met een roofdier
    2. Met een groene plant
    3. Met een schimmel
    4. Met een alleseter
    Toon antwoord

    Antwoord: Met een groene plant

    Een voedselketen begint met een groene plant. Planteneters vormen meestal de volgende schakel.

    Natuur en dieren

  44. 133.Welke stof maakt een plant als voedsel tijdens fotosynthese?

    1. Suiker
    2. Zout
    3. IJzer
    4. Kalk
    Toon antwoord

    Antwoord: Suiker

    Tijdens fotosynthese maakt een plant suiker. Die suiker levert energie om te groeien.

    Natuur en dieren

  45. 134.Welk kenmerk hebben de meeste zoogdieren?

    1. Ze hebben haren
    2. Ze hebben veren
    3. Ze hebben zes poten
    4. Ze hebben kieuwen
    Toon antwoord

    Antwoord: Ze hebben haren

    Zoogdieren hebben meestal haren en voeden hun jongen met melk. De meeste zoogdieren krijgen levende jongen.

    Natuur en dieren

  46. 135.Waar brengen veel amfibieën hun eerste levensfase door?

    1. In het water
    2. In een boom
    3. Onder het zand
    4. In een vogelnest
    Toon antwoord

    Antwoord: In het water

    Veel amfibieën beginnen hun leven in het water. Later kunnen ze als volwassen dier ook op het land leven.

    Natuur en dieren

  47. 136.Waarom is de lange nek van een giraffe handig?

    1. Om hoge bladeren te bereiken
    2. Om onder water te ademen
    3. Om sneller te graven
    4. Om beter te kunnen vliegen
    Toon antwoord

    Antwoord: Om hoge bladeren te bereiken

    Met zijn lange nek kan een giraffe bladeren hoog uit bomen eten. De okapi is familie van de giraffe.

    Natuur en dieren

  48. 137.Waarom zijn veel vogelbotten hol?

    1. Daardoor zijn vogels lichter
    2. Daardoor kunnen vogels zwemmen
    3. Daardoor groeien veren sneller
    4. Daardoor blijven vogels warmer
    Toon antwoord

    Antwoord: Daardoor zijn vogels lichter

    Veel vogelbotten zijn hol en daardoor licht. Een licht skelet helpt vogels bij het vliegen.

    Natuur en dieren

  49. 138.Kikkers en padden zijn allebei amfibieën.

    Waar of niet waar?

    Toon antwoord

    Antwoord: Waar

    Kikkers en padden zijn beide amfibieën. Kikkers springen meestal verder en leven vaker dicht bij water.

    Natuur en dieren

  50. 139.Middelburg is de hoofdstad van Zeeland.

    Waar of niet waar?

    Toon antwoord

    Antwoord: Waar

    Middelburg is de hoofdstad van Zeeland. Deze provincie bestaat uit schiereilanden en voormalige eilanden.

    Nederland

  51. 140.Welke vier planeten staan het dichtst bij de zon?

    1. Mercurius, Venus, aarde en Mars
    2. Aarde, Mars, Jupiter en Saturnus
    3. Jupiter, Saturnus, Uranus en Neptunus
    4. Venus, aarde, Uranus en Neptunus
    Toon antwoord

    Antwoord: Mercurius, Venus, aarde en Mars

    Mercurius, Venus, de aarde en Mars zijn de vier binnenste planeten. Het zijn relatief kleine, rotsachtige planeten.

    Ruimte

  52. 141.Rond de aarde draait één maan.

    Waar of niet waar?

    Toon antwoord

    Antwoord: Waar

    De aarde heeft één grote maan. Mars heeft twee veel kleinere manen.

    Ruimte

  53. 142.Waaruit bestaan de ringen van Saturnus vooral?

    1. IJs en steen
    2. Vloeibaar water
    3. Hout en zand
    4. Alleen heet gas
    Toon antwoord

    Antwoord: IJs en steen

    De ringen van Saturnus bestaan uit miljoenen stukken ijs en steen. De ringen zijn erg breed, maar opvallend dun.

    Ruimte

  54. 143.Hoe heet een planeet die om een andere ster dan de zon draait?

    1. Een exoplaneet
    2. Een komeet
    3. Een planetoïde
    4. Een satelliet
    Toon antwoord

    Antwoord: Een exoplaneet

    Een exoplaneet draait om een ster buiten ons zonnestelsel. Sterrenkundigen hebben al duizenden van zulke planeten ontdekt.

    Ruimte

  55. 144.Waarmee mag een veldspeler bij voetbal de bal niet spelen?

    1. Met het hoofd
    2. Met de voet
    3. Met de borst
    4. Met de hand
    Toon antwoord

    Antwoord: Met de hand

    Een veldspeler mag de bal niet bewust met de hand of arm spelen. Voor de keeper gelden binnen het eigen strafschopgebied andere regels.

    Sport

  56. 145.Bij gewoon tennis mag de bal twee keer stuiten.

    Waar of niet waar?

    Toon antwoord

    Antwoord: Niet waar

    Bij gewoon tennis mag de bal maar één keer stuiten. Bij rolstoeltennis zijn twee stuiten wel toegestaan.

    Sport

  57. 146.Hoeveel punten levert een basketbalworp van achter de driepuntslijn op?

    1. Eén punt
    2. Twee punten
    3. Drie punten
    4. Vier punten
    Toon antwoord

    Antwoord: Drie punten

    Een raak schot van achter de driepuntslijn levert drie punten op. Een vrije worp is één punt waard.

    Sport

  58. 147.Een volwassen hockeyteam speelt normaal met elf spelers.

    Waar of niet waar?

    Toon antwoord

    Antwoord: Waar

    Volwassen hockeyteams spelen normaal elf tegen elf. Bij jeugdteams worden soms kleinere teams gebruikt.

    Sport

  59. 148.Wie bewaakt bij voetbal het doel?

    1. De aanvoerder
    2. De keeper
    3. De trainer
    4. De grensrechter
    Toon antwoord

    Antwoord: De keeper

    De keeper wordt ook doelverdediger genoemd. Zijn belangrijkste taak is voorkomen dat de tegenstander scoort.

    Sport

  60. 149.Waar moet een hockeyspeler de bal raken voordat een doelpunt kan tellen?

    1. Binnen de cirkel
    2. Op de middenlijn
    3. Buiten het veld
    4. Naast het doel
    Toon antwoord

    Antwoord: Binnen de cirkel

    Een aanvaller moet de bal binnen de cirkel raken voordat hij over de doellijn gaat. Pas dan kan het doelpunt tellen.

    Sport

  61. 150.Wat betekent ‘de kat uit de boom kijken’?

    1. Eerst rustig afwachten
    2. Heel hard wegrennen
    3. Meteen boos worden
    4. Een huisdier zoeken
    Toon antwoord

    Antwoord: Eerst rustig afwachten

    De uitdrukking betekent dat je niet meteen reageert. Je kijkt eerst goed wat er aan de hand is.

    Taal en literatuur

  62. 151.‘Oost west, thuis best’ is een spreekwoord.

    Waar of niet waar?

    Toon antwoord

    Antwoord: Waar

    ‘Oost west, thuis best’ is een spreekwoord. Het drukt uit dat je eigen huis vaak de prettigste plek is.

    Taal en literatuur

  63. 152.Wat betekent ‘van streek zijn’?

    1. Ongerust of zenuwachtig zijn
    2. Op vakantie zijn
    3. De weg goed kennen
    4. Heel vrolijk zijn
    Toon antwoord

    Antwoord: Ongerust of zenuwachtig zijn

    Wie van streek is, is ongerust of uit zijn doen. De uitdrukking komt waarschijnlijk uit de scheepvaart en verwijst naar een verkeerde koers.

    Taal en literatuur

  64. 153.Wat betekent ‘een uiltje knappen’?

    1. Een dutje doen
    2. Een vogel tekenen
    3. Een nacht overslaan
    4. Een boek lezen
    Toon antwoord

    Antwoord: Een dutje doen

    Een uiltje knappen betekent even slapen. Mogelijk verwijst de uitdrukking naar uilen, die vaak overdag slapen.

    Taal en literatuur

  65. 154.‘Niet voor één gat te vangen zijn’ betekent dat je snel opgeeft.

    Waar of niet waar?

    Toon antwoord

    Antwoord: Niet waar

    De uitdrukking betekent juist dat je vindingrijk bent en niet snel opgeeft. Je vindt voor problemen steeds een nieuwe oplossing.

    Taal en literatuur

  66. 155.Welk woord is een voorzetsel?

    1. Onder
    2. Fietsen
    3. Vrolijk
    4. Hond
    Toon antwoord

    Antwoord: Onder

    Onder is een voorzetsel, net als in, op, uit en voor. Een voorzetsel staat vaak aan het begin van een woordgroep.

    Taal en literatuur

  67. 156.Welk woord is een zelfstandig naamwoord?

    1. Springen
    2. Tafel
    3. Snel
    4. Onder
    Toon antwoord

    Antwoord: Tafel

    Tafel is een zelfstandig naamwoord. Veel zelfstandige naamwoorden hebben een meervoud en een verkleinvorm.

    Taal en literatuur

  68. 157.Wanneer kan stroom door een eenvoudige stroomkring lopen?

    1. Als de stroomkring gesloten is
    2. Als één draad ontbreekt
    3. Als de batterij leeg is
    4. Als het lampje loszit
    Toon antwoord

    Antwoord: Als de stroomkring gesloten is

    Elektrische stroom kan lopen als de stroomkring gesloten is. De stroom gaat dan van de batterij naar het lampje en terug.

    Techniek en uitvindingen

  69. 158.Welk materiaal geleidt elektriciteit goed?

    1. Koper
    2. Kunststof
    3. Rubber
    4. Droog hout
    Toon antwoord

    Antwoord: Koper

    Koper is een goede elektrische geleider. Daarom zit in veel elektriciteitsdraden een koperen kern.

    Techniek en uitvindingen

  70. 159.Het kunststof om een elektriciteitsdraad is een geleider.

    Waar of niet waar?

    Toon antwoord

    Antwoord: Niet waar

    Kunststof is een isolator en houdt stroom tegen. De koperdraad binnenin is juist de geleider.

    Techniek en uitvindingen

  71. 160.Wat maakt een elektromagneet magnetisch?

    1. Elektrische stroom
    2. Zonlicht
    3. Regenwater
    4. Luchtdruk
    Toon antwoord

    Antwoord: Elektrische stroom

    Elektrische stroom kan metaal tijdelijk magnetisch maken. De magneetwerking stopt wanneer de stroom wordt uitgeschakeld.

    Techniek en uitvindingen

  72. 161.Welk onderdeel wijst in een kompas een vaste richting aan?

    1. Een magneetnaald
    2. Een gloeilamp
    3. Een tandwiel
    4. Een thermometer
    Toon antwoord

    Antwoord: Een magneetnaald

    Een vrij bewegende magneetnaald draait in een vaste richting. Dat komt door het magnetische veld van de aarde.

    Techniek en uitvindingen

  73. 162.Welk onderdeel gebruikt een elektrische deurbel?

    1. Een elektromagneet
    2. Een zonnepaneel
    3. Een stoomketel
    4. Een verbrandingsmotor
    Toon antwoord

    Antwoord: Een elektromagneet

    In een deurbel trekt een elektromagneet een metalen armpje aan. Daardoor kan de bel een geluid maken.

    Techniek en uitvindingen

  74. 163.Welke uitvinding van Christiaan Huygens hielp klokken nauwkeuriger lopen?

    1. Het slingeruurwerk
    2. De stoommachine
    3. De telefoon
    4. De drukpers
    Toon antwoord

    Antwoord: Het slingeruurwerk

    Christiaan Huygens vond in 1656 het slingeruurwerk uit. De regelmatige beweging van de slinger hielp om tijd nauwkeuriger te meten.

    Techniek en uitvindingen

  75. 164.Welke uitvinding maakte de eerste Nederlandse trein mogelijk?

    1. De stoommachine
    2. De radio
    3. De televisie
    4. De computer
    Toon antwoord

    Antwoord: De stoommachine

    De eerste Nederlandse trein werd aangedreven met stoomkracht. De stoommachine gebruikte steenkool als brandstof.

    Techniek en uitvindingen

  76. 165.Door de boekdrukkunst konden minder boeken worden gemaakt.

    Waar of niet waar?

    Toon antwoord

    Antwoord: Niet waar

    Door verbeteringen aan de drukpers konden juist steeds meer boeken worden gemaakt. Boeken hoefden niet meer allemaal met de hand te worden overgeschreven.

    Techniek en uitvindingen

  77. 166.Welke uitvinding maakte praten over grote afstand mogelijk?

    1. De telefoon
    2. Het kompas
    3. De microscoop
    4. De stoomketel
    Toon antwoord

    Antwoord: De telefoon

    Met de telefoon konden mensen op grote afstand rechtstreeks met elkaar spreken. De telegraaf maakte al eerder snelle berichten over afstand mogelijk.

    Techniek en uitvindingen

  78. 167.Waarvoor gebruik je een microscoop?

    1. Om heel kleine dingen te bekijken
    2. Om verre sterren te bekijken
    3. Om geluid op te nemen
    4. Om de tijd te meten
    Toon antwoord

    Antwoord: Om heel kleine dingen te bekijken

    Een microscoop vergroot voorwerpen die met het blote oog moeilijk te zien zijn. Vroege microscopen werden onder meer gebruikt om stoffen van dichtbij te onderzoeken.

    Techniek en uitvindingen

  79. 168.De eerste Nederlandse stoomtreinen gebruikten steenkool.

    Waar of niet waar?

    Toon antwoord

    Antwoord: Waar

    De stoommachine van een vroege trein werkte op steenkool. De komst van de trein maakte reizen veel sneller.

    Techniek en uitvindingen

  80. 169.Welke maan ontdekte Christiaan Huygens bij Saturnus?

    1. Titan
    2. Europa
    3. Phobos
    4. Deimos
    Toon antwoord

    Antwoord: Titan

    Christiaan Huygens ontdekte Titan met een zelfgebouwde telescoop. Hij onderzocht ook de ringen van Saturnus.

    Techniek en uitvindingen

  81. 170.Wat gebeurt er als waterdamp afkoelt en condenseert?

    1. Het wordt vloeibaar water
    2. Het wordt nieuw zonlicht
    3. Het verdwijnt helemaal
    4. Het verandert in zand
    Toon antwoord

    Antwoord: Het wordt vloeibaar water

    Bij condensatie verandert waterdamp in kleine waterdruppels. Zo kunnen wolken en druppels op een koud raam ontstaan.

    Wetenschap

  82. 171.Bij welke temperatuur smelt ijs?

    1. 0 graden Celsius
    2. 10 graden Celsius
    3. 50 graden Celsius
    4. 100 graden Celsius
    Toon antwoord

    Antwoord: 0 graden Celsius

    IJs smelt bij 0 graden Celsius. Het vaste ijs verandert dan in vloeibaar water.

    Wetenschap

  83. 172.Bij verdamping verandert vloeibaar water in waterdamp.

    Waar of niet waar?

    Toon antwoord

    Antwoord: Waar

    Bij verdamping verandert vloeibaar water in gasvormige waterdamp. Dit gebeurt ook met zeewater in de waterkringloop.

    Wetenschap

  84. 173.Stoom neemt minder ruimte in dan vloeibaar water.

    Waar of niet waar?

    Toon antwoord

    Antwoord: Niet waar

    Stoom neemt juist veel ruimte in. De druk van stoom kon vroeger zelfs zware treinwielen laten draaien.

    Wetenschap

  85. 174.In welke drie vormen kan water voorkomen?

    1. Vast, vloeibaar en gas
    2. Warm, koud en lauw
    3. Zoet, zout en zuur
    4. Helder, donker en licht
    Toon antwoord

    Antwoord: Vast, vloeibaar en gas

    Water kan vast zijn als ijs, vloeibaar als water en gasvormig als waterdamp. In de waterkringloop verandert water steeds van vorm.

    Wetenschap

Tips voor een quiz met kinderen

Kies vragen die passen bij de jongste kinderen in de groep, zodat iedereen mee kan doen.

Laat kinderen in kleine teams spelen en geef na elke vraag meteen het antwoord: dat houdt de aandacht vast.

Op het digibord of de tv werkt de knop "Speel op de tv" het best: de vragen staan dan groot in beeld.

Meer vragen nodig? Bekijk alle pubquiz vragen of stel je eigen pubquiz samen.

Laatst gecontroleerd: 19 oktober 2026. Bij elke vraag hebben we een bron vastgelegd. Zie je een fout? Klik bij de vraag op "Meld een fout".