Quizje

Moppen voor jong en oud

112 moppen om te vertellen aan tafel, in de klas of op een feestje. Allemaal geschikt voor kinderen. Lees de mop voor, laat iedereen raden en klik dan op "Vertel de clou".

Mop van de dag

Wat is geel en kan niet zwemmen?

Moppen voor kinderen

Korte, makkelijke moppen om aan tafel, in de klas of in de auto te vertellen.

  1. Wat is geel en kan niet zwemmen?

    Vertel de clou

    Een graafmachine. Waarom niet? Hij heeft maar één arm.

  2. Wat is geel en kun je niet zien?

    Vertel de clou

    Geen banaan.

  3. Wat is groen en zingt?

    Vertel de clou

    Elvis Peterselie.

  4. Wat is zwart-wit en draait rondjes?

    Vertel de clou

    Een pinguïn in een draaideur.

  5. Hoe noem je een boemerang die niet terugkomt?

    Vertel de clou

    Een stok.

  6. Wat zegt de ene muur tegen de andere muur?

    Vertel de clou

    "Zullen we elkaar op de hoek ontmoeten?"

  7. Wat is het verschil tussen een mug en een vlieg?

    Vertel de clou

    Een mug kan vliegen, maar een vlieg kan niet muggen.

  8. Waarom nam de kip een ladder mee naar school?

    Vertel de clou

    Ze wilde naar de bovenbouw.

  9. Wat is het lievelingsfruit van een vampier?

    Vertel de clou

    Een bloedsinaasappel.

  10. Welk dier is het sterkst?

    Vertel de clou

    De slak: die draagt zijn hele huis op zijn rug.

  11. De meester vraagt: 'Waarom is je potlood zo stil?'

    Vertel de clou

    Jantje zegt: 'Het heeft vandaag geen punt.'

  12. Wat zegt een boterham die klaar is voor school?

    Vertel de clou

    Ik ben goed belegd voor de les!

Bekijk alle 32 moppen voor kinderen →

Jantje moppen

Jantje is de bekendste grappenmaker van Nederland. Hij heeft altijd een antwoord klaar.

  1. De juf vraagt: "Jantje, als ik vijf appels heb en jij pakt er twee af, wat heb ik dan?"

    Vertel de clou

    Jantje: "Ruzie, juf."

  2. De juf zegt: "Jantje, noem eens vijf dieren die in Afrika leven."

    Vertel de clou

    Jantje: "Twee leeuwen en drie olifanten."

  3. Jantje vraagt aan zijn vader: "Papa, kun jij in het donker schrijven?" "Ja hoor," zegt zijn vader.

    Vertel de clou

    Jantje: "Doe dan even het licht uit en zet je handtekening onder mijn rapport."

  4. Jantje vraagt aan de juf: "Juf, kun je straf krijgen voor iets wat je niet gedaan hebt?" De juf zegt: "Natuurlijk niet, Jantje."

    Vertel de clou

    Jantje: "Gelukkig, want ik heb mijn huiswerk niet gemaakt."

  5. Jantje zit voor het eerst in een vliegtuig. Hij kijkt uit het raam en roept: "Papa, kijk, de mensen beneden lijken net mieren!"

    Vertel de clou

    Zijn vader: "Dat zijn mieren, jongen. We staan nog op de grond."

  6. De juf vraagt: "Jantje, waarom kom je te laat?" Jantje: "Er stond een bordje: Langzaam rijden, school."

    Vertel de clou

    "Dus ik ben heel langzaam gaan lopen, juf."

  7. De juf vraagt: 'Waarom ben je te laat, Jantje?'

    Vertel de clou

    Jantje zegt: 'Mijn wekker liep voor, maar ik liep achter.'

  8. Moeder vraagt: 'Waarom zit je onder de tafel, Jantje?'

    Vertel de clou

    Jantje zegt: 'Ik zoek een laag cijfer dat ik ben kwijtgeraakt.'

  9. De juf zegt: 'Jantje, schrijf een zin met het woord geheim.'

    Vertel de clou

    Jantje schrijft niets. 'Anders is het geen geheim meer, juf.'

  10. Vader vraagt: 'Heb je je kamer al opgeruimd?'

    Vertel de clou

    Jantje zegt: 'Bijna. Ik heb de deur alvast dichtgedaan.'

  11. De juf vraagt: 'Wat is het tegenovergestelde van druk?'

    Vertel de clou

    Jantje zegt: 'Vakantie!'

  12. De juf vraagt: 'Kun je stil werken, Jantje?'

    Vertel de clou

    Jantje fluistert: 'Ja, maar dan hoort u mijn goede antwoorden niet.'

  13. De juf vraagt: 'Waarom heb je twee linialen meegenomen?'

    Vertel de clou

    Jantje zegt: 'Voor als de eerste niet lang genoeg meet.'

  14. De juf zegt: 'Maak een tekening van iets snels.'

    Vertel de clou

    Jantje tekent een leeg vel. 'Het was al weg voordat ik begon.'

  15. Vader vraagt: 'Waarom staat je fiets in de woonkamer?'

    Vertel de clou

    Jantje zegt: 'Hij wilde ook een avondje binnen blijven.'

  16. De juf vraagt: 'Jantje, wat doe je als je een fout maakt?'

    Vertel de clou

    Jantje zegt: 'Dan geef ik mijn gum eindelijk wat werk.'

  17. Vader zegt: 'Je moet je schoenen poetsen.'

    Vertel de clou

    Jantje zegt: 'Maar ze gaan morgen toch weer naar buiten.'

  18. De juf vraagt: 'Waarom kijk je steeds uit het raam?'

    Vertel de clou

    Jantje zegt: 'U zei dat we onze blik moesten verruimen.'

  19. De juf zegt: 'Schrijf het antwoord netjes onder de vraag.'

    Vertel de clou

    Jantje zegt: 'Kan het ernaast? Daar is veel meer ruimte.'

  20. Vader vraagt: 'Waarom eet je je soep met een vork?'

    Vertel de clou

    Jantje zegt: 'Ik bewaar het drinken voor het laatst.'

  21. De juf vraagt: 'Wat wil je later worden?'

    Vertel de clou

    Jantje zegt: 'Eerst wil ik graag groter worden.'

  22. De juf vraagt: 'Waar begint de rivier?'

    Vertel de clou

    Jantje zegt: 'Bij de letter r.'

  23. Vader vraagt: 'Waarom staat je huiswerk op de vensterbank?'

    Vertel de clou

    Jantje zegt: 'De juf zei dat ik er nog eens goed naar moest kijken.'

Dierenmoppen

Moppen over olifanten, koeien, slakken en ander gedierte.

  1. Twee koeien staan in de wei. Zegt de ene: "Boe!"

    Vertel de clou

    Zegt de andere: "Hé, dat wilde ik nou net zeggen!"

  2. Wat roept een slak die op de rug van een schildpad zit?

    Vertel de clou

    "Wieeeee!"

  3. Hoe krijg je vier olifanten in een kleine auto?

    Vertel de clou

    Twee voorin en twee achterin.

  4. Hoe zie je dat er een olifant in de koelkast heeft gezeten?

    Vertel de clou

    Aan de voetstappen in de boter.

  5. Een paard loopt een café binnen. Vraagt de barman:

    Vertel de clou

    "Waarom trek je zo'n lang gezicht?"

  6. Waarom zwemmen vissen in zout water?

    Vertel de clou

    Omdat ze van peper gaan niezen.

  7. Waarom neemt een slak zijn huiswerk overal mee naartoe?

    Vertel de clou

    Omdat zijn schooltas al op zijn rug zit.

  8. Waarom zat de pinguïn naast de koelkast?

    Vertel de clou

    Daar voelde hij zich het meest thuis.

  9. Wat bestelt een kikker in een restaurant?

    Vertel de clou

    Een broodje met extra kwaak-aus.

  10. Waarom gebruikt een kat graag een computer?

    Vertel de clou

    Omdat er een muis naast ligt.

  11. Wat doet een koe tijdens de muziekles?

    Vertel de clou

    Ze oefent haar moeh-zikale talent.

  12. Waarom draagt een egel nooit een ballon?

    Vertel de clou

    Omdat dat meestal maar heel even goed gaat.

  13. Wat zegt een schaap als het een goed idee heeft?

    Vertel de clou

    Dat is een wol-treffend plan!

  14. Waarom is een uil goed in de nachtklas?

    Vertel de clou

    Omdat hij altijd wakker en wijs is.

  15. Welke hond kan heel goed goochelen?

    Vertel de clou

    Een labra-cadabra-dor.

  16. Waarom ging de bij naar muziekles?

    Vertel de clou

    Ze wilde beter leren zoemen op de maat.

  17. Waarom zat de schildpad als laatste in de klas?

    Vertel de clou

    Hij had onderweg rustig de tijd genomen.

  18. Wat zegt een eend als hij iets wil betalen?

    Vertel de clou

    Zet het maar op mijn kwaakening.

  19. Welke vogel werkt graag in de bibliotheek?

    Vertel de clou

    De boek-oehoe.

  20. Wat zegt een muis als hij een mooie foto maakt?

    Vertel de clou

    Iedereen kaas!

  21. Waarom kan een vis nooit verdwalen in school?

    Vertel de clou

    Hij zwemt gewoon achter de school aan.

  22. Wat neemt een kameel mee naar de lunch?

    Vertel de clou

    Twee broodtrommels, één voor elke bult.

  23. Waarom fluistert een vlinder in de klas?

    Vertel de clou

    Omdat hij geen mot in de les wil maken.

Flauwe moppen

Zo flauw dat je er toch om moet lachen. Perfect om iedereen tegelijk te laten zuchten.

  1. Ik heb een boek over zwaartekracht gelezen.

    Vertel de clou

    Ik kon het niet meer wegleggen.

  2. Wat is groen en springt van blad naar blad?

    Vertel de clou

    Een kikker die een boek leest.

  3. Wat is oranje en zit in de wei?

    Vertel de clou

    Een koe die op Koningsdag is.

  4. Wat ligt er op de bodem van de zee en trilt?

    Vertel de clou

    Een nerveus wrak.

  5. Wat zegt een kaars als hij zin heeft in een feestje?

    Vertel de clou

    "Vanavond ga ik lekker uit!"

  6. Wat zegt een nul tegen een acht?

    Vertel de clou

    "Mooie riem heb je!"

  7. Waarom ging de deur eerder naar huis?

    Vertel de clou

    Hij wilde zich even terugtrekken.

  8. Waarom kreeg de kalender het benauwd?

    Vertel de clou

    Zijn dagen waren geteld.

  9. Wat zegt een trap als hij promotie krijgt?

    Vertel de clou

    Eindelijk een trede hoger!

  10. Waarom ging de banaan rechtop staan?

    Vertel de clou

    Hij wilde niet langer krom liggen.

  11. Wat zei de lege batterij?

    Vertel de clou

    Ik trek het niet meer.

  12. Wat bestelt een timmerman bij de bakker?

    Vertel de clou

    Een broodje plankgas.

Bekijk alle 34 flauwe moppen →

Zo vertel je een mop

Houd het kort. Hoe sneller je bij de clou bent, hoe beter de mop werkt.

Neem een pauze voor de clou. Laat even stilte vallen, zodat iedereen kan meedenken.

Lach niet zelf als eerste. Een mop werkt het best als je hem met een uitgestreken gezicht vertelt.

Meer lachen en nadenken

Hou je ook van puzzelen? Probeer de raadsels, de breinbrekersof speel Woordraden.