Quizje

Grappige raadsels

Raadsels met een knipoog: het antwoord is vaak een woordgrap. Je moet net even anders denken.

Raadsel van de dag

Wat staat er precies in het midden van Parijs?

Grappige raadsels

Raadsels met een knipoog: het antwoord is vaak een woordgrap. Je moet net even anders denken.

  1. Wat staat er precies in het midden van Parijs?

    Toon antwoord

    De letter r.

  2. Wat komt één keer voor in een minuut, twee keer in een moment, maar nooit in duizend jaar?

    Toon antwoord

    De letter m.

  3. Welk ding heeft de meeste letters?

    Toon antwoord

    De brievenbus.

  4. Wat begint met een t, eindigt met een t en zit vol thee?

    Toon antwoord

    Een theepot.

  5. Wat reist de hele wereld rond, maar blijft altijd in een hoekje?

    Toon antwoord

    Een postzegel.

  6. Hoeveel eieren kun je eten op een lege maag?

    Toon antwoord

    Eén. Daarna is je maag niet meer leeg.

  7. Wat kun je nooit eten als ontbijt?

    Toon antwoord

    Je lunch en je avondeten.

  8. Wat heeft vier wielen en vliegen?

    Toon antwoord

    Een vuilniswagen.

  9. Waar komt donderdag vóór woensdag?

    Toon antwoord

    In het woordenboek.

  10. Wat loopt, maar heeft geen benen?

    Toon antwoord

    Een klok (of je neus als je verkouden bent).

  11. Welk woord wordt altijd verkeerd geschreven?

    Toon antwoord

    Het woord "verkeerd".

  12. Ik word steeds natter terwijl ik jou juist droogmaak. Wat ben ik?

    Toon antwoord

    Een handdoek.

  13. Ik heb een wijzerplaat en twee wijzers, maar ik kan nergens naartoe wijzen. Wat ben ik?

    Toon antwoord

    Een klok.

  14. Ik heb een hals, maar geen hoofd. Je kunt uit mij drinken. Wat ben ik?

    Toon antwoord

    Een fles.

  15. Ik heb één oog, maar kan niets zien. Je gebruikt mij met draad. Wat ben ik?

    Toon antwoord

    Een naald.

  16. Ik reis op een brief naar verre landen, maar blijf steeds in dezelfde hoek. Wat ben ik?

    Toon antwoord

    Een postzegel.

  17. Ik heb een rug en heel veel bladzijden, maar geen botten. Wat ben ik?

    Toon antwoord

    Een boek.

  18. Ik heb vier poten en een rug, maar ik kan niet lopen. Je kunt op mij zitten. Wat ben ik?

    Toon antwoord

    Een stoel.

  19. Hoe meer je van mij afhaalt, hoe groter ik word. Wat ben ik?

    Toon antwoord

    Een kuil.

  20. Ik heb veel gaatjes, maar kan toch water vasthouden. Wat ben ik?

    Toon antwoord

    Een spons.

  21. Ik kan door een raam naar binnen komen zonder het glas te breken. Wat ben ik?

    Toon antwoord

    Zonlicht.

  22. Welke kam gebruik je niet voor je haar, maar vind je boven op een haan?

    Toon antwoord

    Een hanenkam.

  23. Welke muis eet geen kaas en ligt vaak naast een computer?

    Toon antwoord

    Een computermuis.

  24. Welke vleugel kan niet vliegen, maar staat soms naast een concertpodium?

    Toon antwoord

    Een concertvleugel.

  25. Welke tanden poets je nooit, maar gebruik je om hout te zagen?

    Toon antwoord

    Zaagtanden.

  26. Welke ster zie je overdag en geeft licht en warmte?

    Toon antwoord

    De zon.

  27. Wat kun je vangen zonder je handen te gebruiken en waardoor je gaat niezen?

    Toon antwoord

    Een verkoudheid.

  28. Wat gaat iedere dag omhoog en omlaag, maar blijft op dezelfde plek?

    Toon antwoord

    Een lift.

  29. Welke bank bewaart geen geld, maar staat vaak in de woonkamer?

    Toon antwoord

    Een zitbank.

  30. Welke kraan geeft geen water, maar tilt zware spullen op?

    Toon antwoord

    Een hijskraan.

  31. Welke bril helpt je niet beter zien, maar beschermt je ogen in het zwembad?

    Toon antwoord

    Een zwembril.

  32. Ik heb een tong en veters, maar ik kan niet praten of strikken. Wat ben ik?

    Toon antwoord

    Een schoen.

    Een schoen heeft een schoentong en kan veters hebben.

  33. Wat wordt steeds korter terwijl het langer brandt?

    Toon antwoord

    Een kaars.

    Tijdens het branden smelt de kaars en wordt hij korter.

  34. Welke letter staat precies midden in het woord 'Amsterdam'?

    Toon antwoord

    De letter e.

    'Amsterdam' heeft negen letters. De vijfde en middelste letter is de e.

  35. Wat ontstaat er als je het woord 'rood' achterstevoren leest?

    Toon antwoord

    Door.

    De letters van 'rood' in omgekeerde volgorde vormen het woord 'door'.

  36. Welk Nederlands woord voor een doos met reserves bevat vijf paren dubbele letters?

    Toon antwoord

    Voorraaddoos.

    Het woord bevat achtereenvolgens oo, rr, aa, dd en oo.

  37. Wat heeft een kroon en wortels, maar is geen koning en draagt geen schoenen?

    Toon antwoord

    Een boom.

    Een boom heeft een kroon van takken en bladeren en wortels in de grond.

  38. Wat kan rinkelen zonder vingers en je wakker maken zonder te praten?

    Toon antwoord

    Een wekker.

    Een wekker kan rinkelen om je uit je slaap te halen.

  39. Wat heeft tanden, eet nooit en helpt tandwielen draaien?

    Toon antwoord

    Een tandwiel.

    De uitstekende delen van een tandwiel heten tanden en grijpen in een ander tandwiel.

  40. Welk oog kan niet zien, maar bevindt zich in het rustige midden van een zware storm?

    Toon antwoord

    Het oog van de storm.

    Het relatief rustige centrum van een tropische storm heet het oog.

  41. Welk oor kan niet horen, maar helpt je een kopje vast te houden?

    Toon antwoord

    Het oor van een kopje.

    Het handvat van een kopje wordt ook een oor genoemd.

  42. Welke mond kan niet praten, maar ligt waar een rivier in zee uitkomt?

    Toon antwoord

    Een riviermonding.

    De plek waar een rivier in ander water uitkomt, heet de monding.

  43. Welke bank bewaart geen geld en ligt soms midden in zee?

    Toon antwoord

    Een zandbank.

    Een zandbank is een ophoping van zand onder of vlak boven het water.

  44. Welke kop kan niet denken, maar zit boven op een spijker?

    Toon antwoord

    De spijkerkop.

    Het platte bovendeel van een spijker heet de kop.

  45. Welke rug heeft geen wervels, maar houdt wel alle bladzijden van een boek bij elkaar?

    Toon antwoord

    De boekrug.

    De gebonden zijkant van een boek wordt de rug genoemd.

  46. Welke tanden zitten niet in een mond, maar sluiten wel je jas?

    Toon antwoord

    De tanden van een ritssluiting.

    De kleine delen die in elkaar grijpen bij een rits worden tanden genoemd.

  47. Wat wordt opgenomen, maar stelt zelf nooit een vraag?

    Toon antwoord

    Een telefoon.

    Je kunt de telefoon opnemen wanneer iemand belt.

  48. Twee kinderen zijn op dezelfde dag, in hetzelfde jaar en bij dezelfde ouders geboren, maar ze zijn geen tweeling. Hoe kan dat?

    Toon antwoord

    Ze zijn twee van een drieling.

    Kinderen uit een drieling zijn geen tweeling, hoewel ze dezelfde geboortedag en ouders hebben.

  49. Een haan zit op een schuin dak. Naar welke kant rolt zijn ei?

    Toon antwoord

    Naar geen enkele kant.

    Een haan legt geen eieren.

  50. Hoe ver kan een hond een bos in rennen?

    Toon antwoord

    Tot halverwege.

    Na het midden rent de hond niet meer het bos in, maar juist het bos uit.

  51. Op welke vraag kun je nooit eerlijk 'ja' antwoorden terwijl je de bedoelde toestand werkelijk hebt?

    Toon antwoord

    Slaap je?

    Als je antwoord geeft, ben je wakker en slaap je dus niet.

  52. Welk woord spreekt iedereen volgens de vraag altijd verkeerd uit?

    Toon antwoord

    Het woord 'verkeerd'.

    Je spreekt letterlijk het woord 'verkeerd' uit.

  53. Welke wolk geeft geen regen, maar kan wel je digitale bestanden bewaren?

    Toon antwoord

    De cloud.

    Cloudopslag bewaart bestanden op computers die via internet bereikbaar zijn.

Meer raadsels