Quizje

Raadsels voor kinderen

Makkelijke raadsels voor kinderen vanaf een jaar of zes. Leuk voor in de auto, aan tafel of in de klas.

Raadsel van de dag

Wat heeft een nek, maar geen hoofd?

Raadsels voor kinderen

Makkelijke raadsels voor kinderen vanaf een jaar of zes. Leuk voor in de auto, aan tafel of in de klas.

  1. Wat heeft een nek, maar geen hoofd?

    Toon antwoord

    Een fles.

  2. Wat wordt natter naarmate het meer droogt?

    Toon antwoord

    Een handdoek.

  3. Wat heeft tanden, maar kan niet bijten?

    Toon antwoord

    Een kam.

  4. Wat heeft wijzers, maar kan niet wijzen naar wat het wil?

    Toon antwoord

    Een klok.

  5. Wat kun je vangen, maar niet gooien?

    Toon antwoord

    Een verkoudheid.

  6. Wat gaat altijd omhoog, maar komt nooit naar beneden?

    Toon antwoord

    Je leeftijd.

  7. Welk dier draagt zijn huis altijd met zich mee?

    Toon antwoord

    Een slak (of een schildpad).

  8. Wat heeft vier poten, maar kan niet lopen?

    Toon antwoord

    Een tafel (of een stoel).

  9. Wat is van jou, maar gebruiken andere mensen vaker dan jij?

    Toon antwoord

    Je naam.

  10. Wat heeft een oog, maar kan niet zien?

    Toon antwoord

    Een naald.

  11. Wat wordt groter als je er meer uithaalt?

    Toon antwoord

    Een gat.

  12. Wat heeft een kop, maar geen hersens?

    Toon antwoord

    Een spijker (of een lucifer).

  13. Ik ben zwart-wit, woon in Azië en eet graag bamboe. Welk dier ben ik?

    Toon antwoord

    Een reuzenpanda.

  14. Ik heb tanden, maar ik kan niet bijten. Je gebruikt mij voor je haar. Wat ben ik?

    Toon antwoord

    Een kam.

  15. Ik val uit de wolken, maak de straten nat en heb geen benen. Wat ben ik?

    Toon antwoord

    Regen.

  16. Ik pomp dag en nacht bloed door je lichaam. Welk lichaamsdeel ben ik?

    Toon antwoord

    Het hart.

  17. Ik heb acht armen, leef in zee en kan inkt spuiten. Welk dier ben ik?

    Toon antwoord

    Een octopus.

  18. Je kijkt naar mij en ziet jezelf. Wat ben ik?

    Toon antwoord

    Een spiegel.

  19. Ik stroom door het landschap naar de zee, maar ik heb geen voeten. Wat ben ik?

    Toon antwoord

    Een rivier.

  20. Ik bescherm je hersenen en ben gemaakt van bot. Welk lichaamsdeel ben ik?

    Toon antwoord

    De schedel.

  21. Ik draag mijn huis op mijn rug en laat een slijmspoor achter. Welk dier ben ik?

    Toon antwoord

    Een slak.

  22. Ik houd eten en drinken koud en sta meestal in de keuken. Wat ben ik?

    Toon antwoord

    Een koelkast.

  23. Ik verschijn na regen wanneer de zon schijnt en heb veel kleuren. Wat ben ik?

    Toon antwoord

    Een regenboog.

  24. Je hebt er twee en gebruikt ze om te ademen. Welke organen zijn het?

    Toon antwoord

    De longen.

  25. Ik ben het langste landdier en eet blaadjes uit hoge bomen. Welk dier ben ik?

    Toon antwoord

    Een giraffe.

  26. Ik ben zacht, lig op je bed en ondersteun je hoofd. Wat ben ik?

    Toon antwoord

    Een hoofdkussen.

  27. Ik ben wit, koud en val in vlokken uit de lucht. Wat ben ik?

    Toon antwoord

    Sneeuw.

  28. Ik zit midden in je arm en laat hem buigen. Welk lichaamsdeel ben ik?

    Toon antwoord

    De elleboog.

  29. Ik maak honing, zoem rond bloemen en woon in een volk. Welk dier ben ik?

    Toon antwoord

    Een honingbij.

  30. Je stopt mij in een slot en draait mij om een deur te openen. Wat ben ik?

    Toon antwoord

    Een sleutel.

  31. Ik volg je buiten wanneer de zon schijnt, maar verdwijn in het donker. Wat ben ik?

    Toon antwoord

    Je schaduw.

  32. Ik sluit kort over je oog wanneer je knippert. Welk lichaamsdeel ben ik?

    Toon antwoord

    Het ooglid.

  33. Ik slaap vaak ondersteboven en vlieg vooral in de schemering. Welk dier ben ik?

    Toon antwoord

    Een vleermuis.

  34. Ik draai rond, gebruik water en maak vuile kleren schoon. Wat ben ik?

    Toon antwoord

    Een wasmachine.

  35. Ik ben een gele bloem en draai tijdens mijn groei naar het licht. Wat ben ik?

    Toon antwoord

    Een zonnebloem.

  36. Ik zit in je mond, proef zoet en zuur en help je praten. Welk lichaamsdeel ben ik?

    Toon antwoord

    De tong.

  37. Ik heb een slurf, grote oren en ben het grootste landdier. Welk dier ben ik?

    Toon antwoord

    Een olifant.

Meer raadsels