Quizje

Willekeurige tongbreker

De kat krabt de krab en de krab krabt de kat.

Zeg hem drie keer snel achter elkaar.

Makkelijke tongbrekers (21)

Korte zinnen om mee te beginnen. Lukt het drie keer achter elkaar zonder fout? Dan ben je er klaar voor de volgende ronde.

  1. 1.

    De kat krabt de krab en de krab krabt de kat.

  2. 2.

    Zeven zachte zeemeeuwen zingen zacht.

  3. 3.

    Bram bakt bruine bollen in de blauwe bakkerij.

  4. 4.

    Een kleine kikker kwaakt kwiek in de koude kuil.

  5. 5.

    De dikke dame draagt drie dunne dassen.

  6. 6.

    Mijn moeder maakt mooie muffins in de maand mei.

  7. 7.

    Piet pakt pitjes uit de pruimen van Pauline.

  8. 8.

    Tante Truus telt tien tulpen.

  9. 9.

    Wim wast witte wanten in warm water.

  10. 10.

    Fien fietst fluitend langs de fabriek.

  11. 11.

    Lisa likt lekker lange lollies.

  12. 12.

    Hans haalt heel hard hout.

  13. 13.

    Karel koopt kleine koekjes in de keuken.

  14. 14.

    Sara slaat zacht op de zilveren zeef.

  15. 15.

    De groene kikker springt in de grote sloot.

  16. 16.

    Sanne snijdt zes sappige sinaasappels.

  17. 17.

    Piet plukt paarse pruimen.

  18. 18.

    Fleur fietst fluitend door het dorp.

  19. 19.

    Lotte legt lange linten langs de lijn.

  20. 20.

    Rosa roert rustig rode rijst.

  21. 21.

    Timo telt tien torenhoge torens.

Tongbrekers voor gevorderden (21)

Langere zinnen waarin dezelfde klanken steeds terugkomen. Begin langzaam en ga daarna steeds sneller.

  1. 1.

    De koetsier poetst de postkoets en de postkoets wordt gepoetst door de koetsier.

  2. 2.

    Schuifelende schoolkinderen schrijven schone schriften vol.

  3. 3.

    Chauffeur Chris schept chocola uit chique schalen.

  4. 4.

    Vader vertelt vrolijk verhalen over vroegere vakanties.

  5. 5.

    Zes zieke zusjes zoeken zachtjes zeven zoete zakken.

  6. 6.

    Een groene gans gaat gillend gapen in de goede gracht.

  7. 7.

    Veel vette vogels vliegen vlug voorbij de vuurtoren.

  8. 8.

    Twee tevreden tantes tellen tevergeefs tegels.

  9. 9.

    Peter plakt plaatjes in plastic plakboeken.

  10. 10.

    De zwarte zwaan zwemt zwijgend zijwaarts zonder zwemvest.

  11. 11.

    Brandweerman Bram bluste bruisend bijna alle bruine bomen.

  12. 12.

    Grootmoeder gaf Gerrit gele gebakken groentekoekjes.

  13. 13.

    Zeven zussen zoeken zes zilveren lepels.

  14. 14.

    Kris krast kruimels van de kromme kruk.

  15. 15.

    Rode ridders rijden rond de rotonde.

  16. 16.

    Lange Luuk leent lichte linnen lakens.

  17. 17.

    Trage treinen trekken trillende treinstellen.

  18. 18.

    Suze zet zeven zachte zeepjes op een zeef.

  19. 19.

    Prachtige paarse paraplu's passen precies in kleine pakken.

  20. 20.

    Rik rolt ronde rollen rood papier.

  21. 21.

    De slimme slager slijpt zijn scherpe snijmes.

Moeilijke tongbrekers (18)

Voor de échte tongbrekers-kampioenen. Pas op: bij deze zinnen struikelt bijna iedereen over de s, sch en z.

  1. 1.

    Als de kat de krab krabt, krabt de krab de kat, en de kat krabt de krab niet als de krab de kat niet krabt.

  2. 2.

    Zeventien zieke zeehonden zwommen zachtjes zuidwaarts zonder zon.

  3. 3.

    Schaterlachende scholieren schilderen scheve schepen.

  4. 4.

    Sinterklaas stuurt stiekem stevige stukken speculaas.

  5. 5.

    Veertig vlugge vlinders vlogen vrolijk voor Floor.

  6. 6.

    De tandarts trekt tien tanden terwijl de assistente twee tangen aangeeft.

  7. 7.

    Schrijver Sjoerd schetst schimmige schaduwen in zijn schetsboek.

  8. 8.

    Zachtjes zingende zusters zwaaien zwijgend vanuit zonnige zijkamers.

  9. 9.

    Roodborstje Rik rent rond de rode rozenstruik tot de ruzie rustig is.

  10. 10.

    Koning Karel kocht klein koekjesdeeg, keurig klaargemaakt in kleine koekblikken.

  11. 11.

    De snelle sneeuwschuiver schuift sneeuw schijnbaar sneller dan zijn schaduw.

  12. 12.

    Drie dappere dorpelingen draaien dagelijks dikke dropdoosjes door dunne draden.

  13. 13.

    Zes snelle zeilschepen zeilen zigzaggend zuidwaarts.

  14. 14.

    Krakende kruiwagens kruisen kriskras over kronkelige karrensporen.

  15. 15.

    Rik trekt drie kratten krenten over een steile trap.

  16. 16.

    Scherpe scharen scheren scheve stroken scharlaken stof.

  17. 17.

    Zeven zwijgende zwaluwen zwieren zwierig tussen zwarte struiken.

  18. 18.

    Trillende trommelaars trommelen terwijl trage trams voorbijtrekken.

Zo oefen je tongbrekers

Begin langzaam. Zeg de zin eerst rustig en duidelijk. Let op waar je tong moet wisselen tussen bijna gelijke klanken.

Ga dan sneller. Zeg de zin drie keer achter elkaar. Lukt dat zonder fout, zeg hem dan nog sneller of fluister hem.

Doe het samen. Laat iedereen om de beurt een tongbreker voorlezen. Wie zich verspreekt, geeft de beurt door.

Tongbrekers als spel of pubquiz-ronde

Tongbrekers zijn leuk als opwarmer in de klas, tijdens een verjaardag of in een pubquiz. Laat teams om de beurt een tongbreker zeggen. Eén punt voor elke keer zonder fout, drie keer achter elkaar is de beste score. Voor meer woordspelletjes kun je bij deraadsels, de breinbrekers of de dilemma vragen terecht.

Veelgestelde vragen

Wat is een tongbreker?

Een tongbreker is een zin met veel gelijkende klanken vlak achter elkaar, zodat je makkelijk een fout maakt als je hem snel zegt.

Waarom zijn tongbrekers moeilijk?

Je tong en lippen moeten in een hoog tempo steeds tussen bijna gelijke klanken wisselen. Dat gaat sneller dan je hersenen kunnen bijhouden, en dan gaat het mis.

Wat is de moeilijkste Nederlandse klank in een tongbreker?

De combinatie sch, de s en de z vlak na elkaar zijn berucht, net als de klanken k en r die door elkaar lopen.